PSTN-overflowroutering
De PSTN-overflow routeert oproepen automatisch via het openbare netwerk als er geen spraakkanalen meer beschikbaar zijn via het IP-netwerk.
Met behulp van de PSN-overflowroutering kunt u bijvoorbeeld in AIN de audiokanalen en bandbreedten op de IP-netwerken definiëren voor een gemiddelde verkeersbelasting en een deel van de oproepen tijdens piekperioden via het PSTN relayeren. Dit zorgt voor een snelle configuratie van gespreksroutering.
PSTN-overflowroutering gebruiken
PSTN-overflowroutering is geschikt voor routeringspiekbelastingen tussen AIN knooppunten via het PSTN en voor het routeren van faxverbindingen in de AIN (als alternatief voor FoIP).
PSTN-overflowroutering wordt ondersteund voor de volgende directe verbindingen:
intern naar intern
interne naar extern
extern naar intern
Beperkingen
PSTN-overflowroutering is in principe niet geschikt om alle oproepverbindingen in een AIN via het PSTN te routeren. Houd rekening met de volgende beperkingen:
De break-in en break-out van de PSTN-overflow wordt ondersteund via ISDN-netwerkinterfaces (BRI-T en PRI).
Als een satelliet met de Master is verbonden via QSIG, worden de break-in en break-out van de PSTN-overflow ook ondersteund via de QSIG-interfaces. Dit echter alleen als de AIN één satelliet heeft.
Een gesprek dat al via PSTN-overflow wordt beantwoord kan niet via PSTN-overflow worden doorgestuurd.
Oproepen naar of van IP- en SIP-telefoons worden altijd via het IP-netwerk gerouteerd.
PSTN-overflow is alleen beschikbaar voor punt-naar-punt verbindingen. De functie is niet beschikbaar voor conferenties, gesprek in de wacht, inbreuk en aankondigingen.
Bij oproepen naar een gebruikersgroep waarvan de leden over meerdere satellieten zijn verdeeld, worden alleen leden van de eerste satelliet via de PSTN-overflow gebeld. Leden bij de andere knooppunten worden alleen gebeld als de verbinding via het IP-netwerk tot stand kan worden gebracht. Dit geldt ook wanneer de andere satellieten worden verbonden met de Master via het PSTN.
Gedurende de AIN kunnen maximaal 30 oproepen tegelijkertijd via het PSTN worden gerouteerd met behulp van PSTN-overflow.
Configuratie
Parameter |
Opmerkingen |
PSTN-overflow inschakelen in AIN |
|
PSTN-overflow inschakelen in PISN |
|
Parameter |
Opmerkingen |
AIN-knooppunt |
Knooppuntnummer in de AIN |
Break-out route |
Route voor routering uitgaande overflowverbinding |
Break-in telefoonnummer |
Break-in vindt plaats via dit telefoonnummer. Het telefoonnummer moet worden gedefinieerd op het knooppunt als DDI-nummer en gekoppeld worden aan het break-in oproepdistributie-element. Voer het volledige telefoonnummer in zonder toegangskengetal. Vul de landcode in als het knooppunt zich in een ander land bevindt. |
Toegestane break-outverbindingen |
U kunt hier het aantal break-outverbindingen op dit knooppunt beperken. |
Parameter |
Opmerkingen |
Oproepdistributie-element |
ID van het oproepdistributie-element |
Naam |
Naam van het oproepdistributie-element |
Opgeslagen telefoonnummer |
Telefoonnummer van het oproepdistributie-element |
PSTN-overflow inschakelen |
Deze instelling is relevant als in een oproepdistributie-element een terminal wordt gedefinieerd als bestemming op een ander knooppunt. Het kan ook worden geïmplementeerd in de configuratie van het oproepdistributie-element:
|
Parameter |
Opmerkingen |
Aansluiting-ID |
Aansluiting-ID |
Beschrijving |
Cliënt-specifieke beschrijving van de aansluiting |
Knooppunt |
De naam van het knooppunt waar de aansluiting mee is verbonden. |
Poort |
Poort van de aansluiting op de communicatieserver. |
PSTN-overflow inschakelen |
Nee: PSTN-overflowroutering kan niet worden gebruikt voor verbindingen waarbij deze aansluiting is betrokken. Indien nodig: PSTN-overflowroutering kan vanuit de weergave van deze aansluiting worden gebruikt als het normale verbindingspad niet beschikbaar is via het IP-netwerk. Permanent: PSTN-overflowroutering moet altijd worden gebruikt voor verbindingen waarbij deze aansluiting is betrokken (b.v. voor faxverbindingen). |
Als u een PSTN-overflow wilt instellen, dan specificeert u eerst de autorisaties en creëert u vervolgens de break-in en break-out configuratie:
Autorisaties specificeren
Schakel PSTN-overflowroutering algemeen in voor het gehele AIN (PSTN-overloop autoriseren in AIN).
Knooppunten verbonden via QSIG kunnen apart worden ingeschakeld voor PSTN-overflow (Schakel PSTN-overflow in op PISN).
Schakel PSTN-overflowroutering uit voor alle telefoons en aansluitingen die moeten worden uitgesloten van deze functie (Aansluitingentabel, Instelling Inschakelen PSTN-overflow = Geen).
Schakel in de oproepdistributie-elementen de PSTN-overflow uit voor telefoons op de DDI-nummers die moeten worden geblokkeerd voor deze functie (Oproepdistributietabel tabel, instelling PSTN-overflow inschakelen =
).PSTN-overflow inschakelen voor alle telefoons en aansluitingen waarvan gesprekken alleen via het PSTN moeten worden gerouteerd als de verbinding niet via het IP-netwerk kan worden ingesteld (b.v. voor alle faxmachines als FoIP moet worden gebruikt voor de faxverbindingen bij normaal bedrijf (Aansluitingen tabel, instelling PSTN-overflow = Indien nodig).
Forceer PSTN-overflow voor alle telefoons en aansluitingen waarvan de gesprekken altijd moeten worden gerouteerd via het PSTN en nooit via het IP-netwerk, b.v. voor alle faxmachines (Aansluitingen tabel, instelling Aansluitingen = Altijd).
De break-inconfiguratie creëren
Open voor het gehele AIN slechts één oproepdistributie-element voor break-in. Open hiervoor een nieuw oproepdistributie-element en definieer voor alle schakelposities de bestemming PSTN-overflow. Laat de rest van de CDE-instellingen op de standaardwaarden staan.
Voor elk knooppunt definieert u een DDI-nummer voor break-in en linkt dit met het zojuist geopende break-in-oproepdistributie-element.
De break-outconfiguratie creëren
Definieer de break-outroute voor elk knooppunt (Tabel AIN-knooppunt, instelling Route).
Geef voor elk knooppunt op hoeveel gesprekken van elk knooppunt kunnen worden her-gerouteerd via het openbare netwerk (Tabel AIN-knooppunt, instelling Break-outverbindingen ingeschakeld).
De PSTN-overflow is nu ingesteld.
Zie ook...