Een DDI-nummer creëren
Hiermee kunt u een enkel DDI-nummer of DDI-nummerbereik voor ISDN- of SIP-verbindingen creëren en hieraan respectievelijk een oproepdistributie-element of een reeks oproepdistributie-elementen toewijzen. U kunt ook een SmartDDI-nummer maken met een conversieregel waarmee u inkomende oproepen rechtstreeks naar gebruikers kunt routeren, zonder de hulp van oproepdistributie-elementen.
|
Parameter |
Uitleg |
|
DDI-schema |
Hiermee kunt u het DDI-schema selecteren waarvoor u een nieuw DDI-nummer wilt ceëren. |
|
Snelkiesnummer |
Voer hier het DDI-nummer dat u wilt creëren. |
|
Oproepdistributie-element |
Selecteer hier het referentienummer van het oproepdistributie-element dat moet worden gecreëerd samen met het DDI-nummer. Het eerste beschikbare oproepdistributie-element wordt gebruikt als de standaardinstelling. |
Een SmartDDI creëren
SmartDDI maakt een eenvoudige configuratie mogelijk om inkomende oproepen naar de juiste gebruiker te routeren, wanneer DDI-nummers en gebruikersnummers een correlatie hebben. Dit gebeurt met een eenvoudige conversieregel. In de conversieregel wordt gedefinieerd hoe het ontvangen DDI-nummer moet worden gewijzigd. Met dit gewijzigde nummer wordt het interne nummerschema geraadpleegd. Als het nummer overeenkomt met een bestaande gebruiker, wordt het gesprek doorgeschakeld naar die bestemming.

De bovenstaande afbeelding toont de prioriteit van de verschillende gespreksrouteringsmogelijkheden:
-
Voor een inkomende oproep wordt in eerste instantie het bestaande DDI-schema geraadpleegd. Als een vermelding overeenkomt met het ontvangen DDI-nummer, dan wordt de oproep naar het toegewezen oproepdistributie-element gerouteerd.
-
Als er in het DDI-schema geen match van het ontvangen DDI-nummer is, dan worden de SmartDDI-conversieregels geraadpleegd. Als een conversieregelvermelding overeenkomt met het ontvangen DDI-nummer, dan wordt het geconverteerd en gerouteerd naar de bestemming die is gedefinieerd in het nummerschema. Toegestane bestemmingen zijn oproepnummers van gebruikers, PISN-gebruikers, gebruikersgroepen of oproepdistributie-elementen.
-
Als er geen conversieregelvermelding overeenkomt met het ontvangen DDI-nummer of als het geconverteerde nummer niet overeenkomt met een toegestane bestemming in het nummerschema, dan wordt de oproep naar het gedefinieerde oproepdistributie-element in de trunkgroep gerouteerd.
Als de oproep rechtstreeks met SmartDDI naar een gebruiker of gebruikersgroep wordt gerouteerd, dan is het oproepdistributie-element daarbij niet betrokken. Dit betekent dat verschillende functies (b.v. meldingsservice of CLIP-gebaseerde routering) in dit geval niet beschikbaar zijn.
|
Parameter |
Uitleg |
|
DDI-schema |
Hiermee kunt u het DDI-schema selecteren waarvoor u een nieuwe SmartDDI-conversieregel wilt creëren. |
|
SmartDDI-nummer |
Voer hier het SmartDDI-nummer in dat u wilt creëren. Elk nummer kan uit cijfers en plaatshouders bestaan. Zie voor regels en voorbeelden de hoofdstukken hieronder. |
|
Overeenkomende interne nummer |
Voer het overeenkomende interne nummer in. Elk nummer kan uit cijfers en plaatshouders bestaan. Zie voor regels en voorbeelden de hoofdstukken hieronder. |
|
Beschrijving |
Vrije tekstveld voor het specificeren van de conversieregel. |
SmartDDI Conversieregels
Elk DDI-schema kan meerdere SmartDDI-conversieregels bevatten. Een vermelding in de conversieregeltabel bestaat uit een SmartDDI-nummer en een overeenkomend intern nummer. Elk nummer kan uit cijfers en de plaatshouders“x” bestaan.
Voor elk nummer gelden de volgende regels:
-
Het nummer mag alleen uit cijfers bestaan
-
De nummers mogen alleen uit plaatshouders bestaan
-
Placeholders moet altijd aan het eind van een nummer staan
-
Het aantal plaatshouders van een SmartDDI-nummer en een overeenkomend intern nummer moet gelijk zijn.
-
Invoergegevens met overlappende bereiken met een verschillend aantal plaatshouders zijn toegestaan.
-
In overlappende bereiken heeft het invoergegeven met minder plaatshouders (kleiner bereik) een hogere prioriteit.
-
Als plaatshouders zijn "x" of "X" zijn toegestaan.
Voorbeelden van invoergegevens in de conversieregeltabel
|
DDI-schema |
SmartDDI-nummer |
Overeenkomende interne nummer |
Opmerking |
|---|---|---|---|
|
1 |
4000 |
200 |
Vermelding met alleen cijfers. DDI 4000 wordt naar intern nummer 200 gerouteerd |
|
1 |
xx |
xx |
Vermelding met alleen plaatshouders. 100 DDI's 00...99 worden naar de interne nummers 00...99 gerouteerd. |
|
1 |
500x |
61x |
Vermelding met cijfers en plaatshouders. 10 DDI's in bereik 5000...5009 worden naar de interne nummers 610...619 gerouteerd. |
|
2 |
41326553xxx |
3xxx |
1000 DDI's in bereik 41326553000...41326553999 worden naar de interne nummers 3000...3999 gerouteerd. |
|
2 |
413265534xx |
8442xx |
Dit overlappende invoergegeven heeft een hogere prioriteit dan het bovenstaande invoergegeven, omdat het minder plaatshouders bevat (kleiner bereik). |
|
2 |
60xx |
30x |
Ongeldige invoer. Aantal plaatshouders moet gelijk zijn. |
In de VS/Canada wordt de afkorting DID (Snelkiezen) gebruikt in plaats van DDI (Snelkiezen)