De trunkgroepen bewerken

De trunkgroepconfiguratie bepaalt de verbindingseigenschappen van de netwerkinterfaces die zijn verbonden met de communicatieserver. Een trunkgroep groepeert de netwerkinterfaces van hetzelfde type (trunkgroeptype).

De trunkgroep is het sleutelelement voor telefoonverkeer met het netwerk. Aan de trunkgroepconfiguratie zijn belangrijke routerings- en identificatiefuncties toegewezen, hoofdzakelijk voor inkomend verkeer. Afhankelijk van het type trunkgroep zijn niet alle instellingen beschikbaar.

Table 1. Algemene trunkgroepinstellingen

Parameter

Uitleg

ISDN/CAS

SIP

Analoog

Trunkgroepen

Identificatienummer van de trunkgroep

Naam

Naam van de trunkgroep

Trunkgroeptype

Trunkgroeptype

Maximumaantal inkomende oproepen / Maximumaantal uitgaande oproepen

Er worden geen verdere inkomende/uitgaande oproepen via deze trunkgroep gerouteerd zodra de ingestelde limiet is bereikt. Dit wordt aan de beller gesignaleerd door middel van de congestietoon. Hiermee kunt u ervoor zorgen dat lijnen vrij blijven voor uitgaande/inkomende oproepen.

Maximumaantal gelijktijdige verbindingen

Zodra de ingestelde limiet wordt bereikt, worden er via deze trunkgroep geen verbindingen meer opgezet.

Totaal aantal B-kanalen

Toont het aantal beschikbare oproepkanalen.

Oproepdistributie-element

Gekoppeld oproepdistributie-element Oproepen worden naar dit oproepdistributie-element gerouteerd, hetzij als er geen rechtstreeks snelkiesschema wordt gelinkt, of als er geen geschikt snelkiesnummers wordt gevonden en de Netwerktype instelling is ingesteld op Openbaar.

DDI (DID)-schema

Verbonden DDI-schema

DDI (DID)-afgekapt

Met deze instelling kunt u het aantal cijfers dat niet bij het snelkiesnummer hoort inkorten, te beginnen vanaf de linkerkant.

DDI (DID)-zoeken

Van links naar rechts: Het telefoonnummer wordt vergeleken met de snelkiesnummers, te beginnen vanaf links (standaard).

Van rechts naar links: Het telefoonnummer wordt vergeleken met de snelkiesnummers, beginnend vanaf de rechterkant (standaardinstelling voor Frankrijk).

Trunklijnselectiemodus

Lineair: Exchangelijn voor uitgaande oproepen worden bezet van achter naar voren (lange nummers eerst). Dit betekent dat de gesprekskosten de neiging hebben zich met langere nummers op te hopen op de netwerkinterfaces.

Cyclisch: Het systeem detecteert de exchangelijn waarop de laatste oproep werd gedaan en probeert het volgende oproep op de volgende exchangelijn te maken. De kosten worden aldus gelijkmatig verdeeld over alle netwerkinterfaces.

Transitieroute

Externe oproepen die via deze trunkgroep binnenkomen en de communicatieserver verlaten (transitieverbindingen), worden weer gerouteerd via de transitieroute hier geselecteerd.

Regio

Hier kunt u een specifieke regio voor deze trunkgroep instellen.

Noodlocatie

Hier kunt u elk van de gedefinieerde noodlocatiedatasets toewijzen aan deze trunkgroep. Wanneer een alarmnummer van de openbare alarmnummerlijst ( =we) wordt gekozen, dan reageert het systeem met specifieke acties: De locatie van de beller wordt naar de provider gestuurd, er wordt een BHV-team (bedrijfshulpverlening) geïnformeerd, er gaan alarmen af en logboeken worden bijgewerkt. Raadpleeg voor meer informatie "Nooddienstenondersteuning".

Noodlocatieprotocol

Het protocol voor het verzenden van de noodlocatie-id kan hier worden geselecteerd. Deze instelling is afhankelijk van het netwerktype, de provider en het land. De instellingen zijn:

  • Geen locatie-id
  • CLIP ('Van', 'PAI', 'Bel. Ptij. Nr.’)
  • PANI (P-Asserted-Network-Info/Bevestigd-Netwerk-Info)
  • PAI (P-Asserted-Identity)

Gemeente-identificatieprotocol

Het protocol voor het verzenden van de gemeente-identificatie kan hier worden geselecteerd. Deze instelling is afhankelijk van het netwerktype, de provider en het land. De instellingen zijn:

  • Geen Gemeente-identificatie
  • Voeg Gemeente-identificatie toe aan gebeld nummer

   
Table 2. Netwerken

Parameter

Uitleg

ISDN/CAS

SIP

Analoog

Netwerktype

Deze instelling bepaalt hoe de trunk-groep de manier beheert waarop inkomende oproepen worden gedistribueerd: Eerst wordt het snelkiesschema doorzocht op een overeenkomstig snelkiesnummer voor het oproepnummer van de inkomende oproep.

Openbaar: Als er geen snelkiesnummer overeenkomt, dan wordt de oproep gerouteerd naar het gelinkte oproepdistributie-element Oproepdistributie-element)

Privé: Als er geen snelkiesnummer overeenkomt, dan wordt de oproep naar het interne nummerschema gerouteerd.

Protocol

DSS1 is het ISDN-protocol voor het openbare netwerk; QSIG is een gestandaardiseerd signaleringsprotocol voor het onderling verbinden van meerdere communicatiesystemen tot een particuliere netwerk (PISN).

QSIG-aansluiting

Het uitgebreide QSIG-protocol wordt ondersteund. Dit betekent dat een aantal functies (bijvoorbeeld een aantal functiecodes) door het hele netwerk kunnen worden gebruikt.

Overgaan als NPI 'Onbekend' is.

In bepaalde netwerkconstellaties is de nummerschema-identificatie voor een telefoonnummer niet gedefinieerd voor inkomende oproepen (NPI=Onbekend). De communicatieserver ontbreekt daardoor het criterium om te weten of de oproep gesignaleerd moet worden als extern (NPI=E.164) of intern (NPI=PNP).

Intern: Er wordt een oproep met het NPI-kenmerk Onbekend aangeboden met het interne belpatroon.

Extern: Er wordt een oproep met het NPI-kenmerk Onbekend aangeboden met het externe belpatroon en de CLIP wordt voorafgegaan door het exchange-kengetal met verbindingsstreepje.

CLIP afkorten

Hier kan een cijferreeks worden geconfigureerd. Als de reeks overeenkomt met de begincijfers van het ontvangen CLIP-nummer, dan worden de cijfers gekort. Op een particulier netwerk wordt deze instelling gebruikt om overbodige '0' te verwijderen.

Overschrijf NPI

Hiermee kunt u de NPI (nummerschema-identificatie) voor het telefoonnummer van een inkomende oproep overschrijven. Het openbare netwerk gebruikt de E.164-nummerschema-identificatie; het particuliere netwerk, de PNP (Particulier Nummerschema) nummerschema-identificatie. Laat de instelling op de standaardinstelling Geen staan, mits de communicatieserver is niet een particulier-netwerkknooppunt is.

Inkomende oproep, terugbeltoon

Hiermee kunt u specificeren of de communicatieserver zelf de terugbeltoon voor binnenkomende oproepen moet genereren. In het openbare netwerk wordt de terugbeltoon door de lokale exchange geleverd en hoeft deze niet door de communicatieserver te worden gegenereerd. Laat dus de instelling op de standaardinstelling Niet genereren staan, mits de communicatieserver geen particulier-netwerkknooppunt is.

Uitgaande oproep, terugbeltoon

Hiermee kunt u specificeren of de communicatieserver zelf de terugbeltoon voor uitgaande oproepen moet genereren. In het openbare netwerk wordt de terugbeltoon door de lokale exchange gegenereerd en hoeft deze niet door de communicatieserver te worden gegenereerd. Laat dus de instelling op de standaardinstelling Niet genereren staan, mits de communicatieserver geen particulier-netwerkknooppunt is.

Ondersteuning voor oudere media

Deze instelling is alleen relevant in verband met Lync.

De ISDN-interface wordt aan een Lync-eindpunt gekoppeld.

De ISDN-interface wordt nietgekoppeld aan een Lync-eindpunt.

Alleen blok-kiezen

Instellingen voor trunkgroepen met ISDN-interfaces - PRI-Lite (Nieuw-Zeeland):

De trunkgroep bevat ISDN interfaces (PRI-Lite).

De trunkgroep bevat geen enkele ISDN-Interface (PRI-Lite).

Note:

Een en dezelfde trunkgroep kan zowel PRI-Lite en BRI-interfaces bevatten.

B-kanaal onderhandeling

Instellingen voor trunkgroepen met ISDN-interfaces - PRI-Lite (Nieuw-Zeeland):

De trunkgroep bevat geen enkele ISDN-Interface (PRI-Lite).

De trunkgroep bevat ISDN interfaces (PRI-Lite).

Note:

Een en dezelfde trunkgroep kan zowel PRI-Lite en BRI-interfaces bevatten.

Faxserver

De volgende instellingen zijn alleen relevant als u de faxserver gebruikt die op de toepassingskaart is geïntegreerd (alleen Mitel 470).

Table 3. Faxserverinstellingen

Parameter

Uitleg

ISDN/CAS

SIP

Analoog

Basisnummer

Voor digitale netwerkinterfaces: Het basisnummer is het telefoonnummer voor het doorkiesnummerbereik voor de faxbestemmingen zonder het snelkiesdeel. Voer het basisnummer in canonieke indeling in. Voorbeeld:

  • Nummerbereik van faxbestemmingen (in internationale indeling): 0041 32 621 9470 tot 0041 32 621 9479

  • Snelkiesdeel 9470 tot 9479
  • Basisnummer (moet hier worden ingevoerd): +41 32 621

Voor analoge netwerkinterfaces: Voer het volledige externe telefoonnummer van de faxaansluiting in canonieke indeling in als basisnummer. Voorbeeld: +41 32 621 9470

DDI-kengetal

Als het snelkiesdeel een kengetal bevat (bijvoorbeeld een nationaal kengetal), dan voert u hier het kengetal in. Voorbeeld:

  • Nummerbereik voor faxbestemmingen (internationale indeling): 0041 32 621 9470 tot 0041 32 621 9479

  • Snelkiesdeel 0326219470 tot 0326219479
  • Doorkiesnummerkengetal (moet hier worden ingevoerd): 0

Laat het invoerveld leeg als het snelkiesdeel geen kengetal omvat.

Functies

Table 4. Functies

Parameter

Uitleg

ISDN/CAS

SIP

Analoog

Openbaar-netwerkfuncties:

Doorsturen in openbare netwerken (PARE)

Exchange-to-exchange CFU's worden naar het openbare netwerk gerouteerd, wat betekent dat er geen B-kanalen op de communicatieserver worden gebruikt. Deze functie wordt door de netwerkprovider aangeboden als een extra PARE-service voor point-to-pointbedrijf en als Oproepomleiding (CD) in point-to-multipointbedrijf. Veel netwerkbeheerder leveren de service als onderdeel van hun basisaanbieding; bij sommige operators moet u de activering ervan aanvragen. De gebelde gebruiker in het openbare netwerk ziet de ID van de beller alsmede gegevens over welke interne gebruiker de oproep heeft omgeleid.

Deze instelling moet ook plaatsvinden in de ( =cb) machtigingenset.

Wachtstand toegestaan in openbare netwerken (WACHTSTAND)

Als een interne gebruiker een oproep doet terwijl een externe partij in de wacht staat, wordt de oproep lokaal in de wacht gezet en het bezette B-kanaal blijft bezet. Als de interne gebruiker vervolgens een extern telefoonnummer kiest, draagt de communicatieserver de lokaal in de wacht gezette oproep over aan de exchange door de Wachtstand extra dienstverlening te activeren bij de netwerkprovider. Het bezette B-kanaal wordt dan vrijgemaakt. Veel netwerkbeheerder leveren de service als onderdeel van hun basisaanbieding; bij sommige operators moet u de activering ervan aanvragen. Alleen beschikbaar bij point-to-multipointbedrijf.

Drie-partijen in openbaar netwerk (3PTY)

Als twee conferentiedeelnemers openbarenetwerkgebruikers zijn, wordt het conferentieknooppunt overgedragen aan de exchange. Eén bezet B-kanaal wordt dan vrijgemaakt. Veel netwerkbeheerder leveren de service als onderdeel van hun basisaanbieding; bij sommige operators moet u de activering ervan aanvragen. Alleen beschikbaar bij point-to-multipointbedrijf.

Expliciete Gespreksdoorverbinding (ECT)

Als een interne gebruiker een verbinding met een externe gebruiker overdraagt aan een andere externe gebruiker, dan wordt de verbinding volledig overgedragen aan de exchange. Het twee bezette B-kanalen worden dan vrijgemaakt. Veel netwerkbeheerder leveren de service als onderdeel van hun basisaanbieding; bij sommige operators moet u de activering ervan aanvragen. Alleen beschikbaar bij point-to-multipointbedrijf.

Exchange ondersteunt "Gesprekskostenidentificatie"

De communicatieserver verzendt ook de gesprekskostenidentificatie wanneer oproepdoorschakeling wordt overgedragen naar de exchange (PARE, CD). Dit garandeert dat gesprekskostengegevens correct worden geregistreerd in de communicatieserver. Veel netwerkbeheerder leveren de service als onderdeel van hun basisaanbieding; bij sommige operators moet u de activering ervan aanvragen.

Padvervanging toestaan

Deze instelling is alleen van belang als u een A2P2-gecertificeerde externe applicatie op de communicatieserver gebruikt en als deze via QSIG met de communicatieserver is verbonden.

Wanneer de externe applicatie een oproep voor gebruiker A doorgeeft naar gebruiker B, dan moeten de B-kanalen die niet langer worden gebruikt tussen de communicatieserver en de externe applicatie opnieuw worden vrijgegeven.

Note:

Deze functie moet niet worden verward met de QSIG-Padvervanging volgens ETS 300258 gestandaardiseerd binnen de ETSI.

Kennisgeving:

Table 5. Meldingen

Parameter

Uitleg

ISDN/CAS

SIP

Analoog

Meldingen verzenden

Verzend de huidige status van een verbinding met het openbare netwerk als een kennisgeving. Hiermee kan de verbindingsstatus voor externe gebruikers worden weergegeven. De functie moet worden ondersteund door de openbarenetwerkprovider.

Verstuur doorschakelgegevens

Er worden doorschakelgegevens naar het openbare netwerk verstuurd. Hiermee kunnen de doorschakelgegevens worden weergegeven in het geval van externe gebruikers. De functie moet worden ondersteund door de openbarenetwerkprovider (speciaal arrangement).

Verstuur ECT-gegevens

Nadat de oproep naar een andere interne- of externe gebruiker is doorgeschakeld, wordt de CLIP van de gebruiker naar de exchange verzonden. Hiermee kan de CLIP correct worden weergegeven aan de externe gebruiker na de oproep-overdracht.

Note:

Het versturen van ECT-gegevens kan problemen veroorzaken bij bepaalde netwerkbeheerders.

Verstuur de eerste/laatste mailboxgegevens

Deze instelling is alleen van belang in particuliere-QSIG-netwerken of als voicemail via QSIG is verbonden.

Situatie: Gebruiker A is doorgestuurd naar PISN-gebruiker B; gebruiker B is doorgestuurd naar zijn voicemailbox.

De response hangt af van de gebruikersinstelling Doorsturen naar laatste mailbox in de Doorschakelingsketen ingesteld voor de gebruiker (Configuratie / Gebruiker / Gebruikerslijst weergave).

Een oproep naar gebruiker A wordt in ieder geval doorgestuurd naar de voicemailbox van gebruiker B of naar de voicemailbox van de laatste gebruiker in de keten.

Table 6. Mobiele/externe telefonie-integratie

Parameter

Uitleg

ISDN/CAS

SIP

Analoog

CLIP-authenticatie toestaan, zelfs als CLIP niet wordt gescreend

Maakt automatische authenticatie van de geïntegreerde mobiele/externe telefoon mogelijk via analoge- of SIP-netwerkinterfaces.

Uitgebreide functionaliteit toestaan voor rechtstreeks inkomende oproepen

Staat het gebruik van de uitgebreide functionaliteit van de mobiele telefoon toe als de integratie van mobiele telefoons wordt bereikt door gebruik te maken van afzonderlijke lijnen naar de GSM-provider (afhankelijk van de provider).

Oproepidentificatiegegevens

De CLIP-nummers van uitgaande oproepen kunnen worden beïnvloed door de instellingen in de trunkgroepconfiguratie. De link tussen de instellingen voor de uitgaande oproepidentificatie en die van de gebruiker en de huidige instellingen worden weergegeven in een grafisch overzicht (hyperlink na deze tabel).

Oproepenidentificatiegegevens voor uitgaande oproepen creëren Schema van het aanmaken van identificatiegegevens voor uitgaande gesprekken.

Table 7. Uitgaande identificatiepresentatie van de oproepende lijn (CLIP)

Parameter

Uitleg

ISDN/CAS

SIP

Analoog

CLIP automatisch

De communicatieserver stelt automatisch het NPI- en TON-kenmerk in.

De communicatieserver accepteert de Nummerschema-ID (NPI) instelling als NPI-kenmerk en Nummertype (TON) instelling als TON-kenmerk.

Nummerschema-ID (NPI)

Het nummerschema wordt gebruikt om nummers te analyseren en toe te wijzen aan een adresseerbare bestemming.

E.164: Het type nummertype wordt dus gebruikt in een openbaar netwerk dat is gedefinieerd en gestandaardiseerd door ITU-T.

PNP: Dit type nummerschema wordt gebruikt in de particuliere sector (PNP = Private Numbering Plan/Particulier Nummerschema). Het interne nummerschema van een communicatieserver of een particulier netwerk is ook van het type PNP, evenals een particulier nummerschema dat door openbare netwerkbeheerders wordt aangeboden.

Nummertype(TON) (voor nummerschematype = E.164)

Het nummertype (TON) moet overeenkomen met het CLIP-nummer en de inbelnummerindeling (de voorbeelden tussen haakjes zijn inbelnummers die verwijzen naar het telefoonnummer "+41 32 624 1344"):

  • Onbekend: (standaardinstelling): Het CLIP-nummer wordt niet ingevoerd volgens een gespecificeerde indeling (voorbeeld: “44”, “1344”, “0326241344”. Als u deze indeling selecteert, moet u het CLIP-nummer koppelen aan het inbelnummer van de gebruiker.

  • Abonnee Voer het CLIP-nummer in met deze instelling volgens de gebruikersnummerindeling: “6241344”.
  • Nationaal: (Aanbeveling) Voer het CLIP-nummer in met deze instelling in overeenstemming met de nationale indeling: “326241344”.
  • Internationaal: Voer het CLIP-nummer in met deze instelling in overeenstemming met de internationale indeling: “41326241344”.

Gebruik Nationaal of Internationaal en de bijbehorende inbelnummers als u Speciaal Arrangement (CLIP niet-screening) hebt geactiveerd bij uw netwerkprovider.

Nummertype (TON) (voor Nummerschema-ID PNP)

  • Onbekend: Het TON-kenmerk is niet ingesteld.

  • Niveau 0 Regionaal nummer: Adresbestemmingen binnen dezelfde regio (Niveau 0). Voorbeeld: 3131
  • Niveau 1 Regionaal nummer met een regionaal kengetal Adresbestemmingen in alle Niveau 0-regio's, die zich in dezelfde regio van hogere rangorde bevinden (Regioniveau 1). Voorbeeld: 60 3131
  • Niveau 2 Regionaal nummer met een Niveau 1 regiokengetal en een ander regiokengetal. Adresbestemmingen in alle Niveau 1-regio's, die zich in dezelfde regio van hogere rangorde bevinden (Regioniveau 2). Voorbeeld: 42 60 3131

CLIP-nummer

Indien nodig kunt u hier een vast CLIP-nummer invoeren dat voor alle uitgaande oproepen via deze trunkgroep gemeenschappelijk is. Deze CLIP wordt ook meegestuurd als er geen inbelnummer is voor de gebruiker die een uitgaande oproep kiest en als de communicatieserver daarom geen CLIP-nummer kan maken op basis van het inbelnummer. Als het invoer-item leeg wordt gelaten, dan verzendt de communicatieserver geen CLIP-nummer en voert de netwerkprovider het hoofdtelefoonnummer van de trunkverbinding in.

Voer het CLIP-nummer in volgens het gekozen nummertype (zie instellingen Nummertype (TON).

Beperk CLIP (CLIR)

De oproepidentificatie wordt onderdrukt voor uitgaande oproepen via deze trunkgroep.

CLIR voor doorsturen

Situatie: Een gebruiker met een actieve CLIR heeft een oproep doorgestuurd naar het openbare netwerk.

De oproepidentificatie tijdens de oproepfase wordt onderdrukt wanneer een oproep wordt doorgestuurd.

De oproepidentificatie tijdens de oproepfase wordt niet onderdrukt wanneer een oproep wordt doorgestuurd.

Deze instelling is toepasbaar op alle oproepen die via deze trunkgroep naar het openbare netwerk worden doorgestuurd.

Beperk alle oproepidentificatie terwijl verbonden (COLR)

Oproepidentificatie tijdens de oproep wordt onderdrukt voor uitgaande oproepen via deze trunkgroep.

COLR voor doorsturen

Situatie: Een gebruiker met een actieve COLR heeft een oproep doorgestuurd naar het openbare netwerk.

De oproepidentificatie tijdens de oproep wordt onderdrukt wanneer de oproep wordt doorgestuurd.

De oproepidentificatie tijdens de oproep wordt niet onderdrukt wanneer de oproep wordt doorgestuurd.

Deze instelling is toepasbaar op alle oproepen die via deze trunkgroep naar het openbare netwerk worden doorgestuurd.

Table 8. Oproepidentificatie in een onderling verbonden omgeving (Transitie- CLIP)

Parameter

Uitleg

ISDN/CAS

SIP

Analoog

Transitie-CLIP-indeling

CLIP-indeling voor transitieverbindingen in netwerken:

Nationaal: De CLIP voor transitieverbindingen wordt gevormd in overeenstemming met E.164/nationaal met inkomende nationale oproepen en in overeenstemming met E.164/international met internationale oproepen.

Internationaal: De CLIP voor transitieverbindingen wordt gevormd in overeenstemming met E.164/internationaal.

Onbekend' met nationaal kengetal’: De CLIP voor transitieverbindingen met inkomende nationale oproepen wordt gevormd in overeenstemming met E.164/Onbekend + Nationaal kengetal + Transitie-exchangekengetal en met inkomende internationale oproepen in overeenstemming met E.164/Onbekend + Internationaal kengetal + Transitie-exchangekengetal.

'Onbekend' met internationaal kengetal De CLIP voor transitieverbindingen met inkomende nationale en internationale oproepen wordt gevormd overeenkomstig E.164/Onbekend + Internationaal kengetal + Transitie-exchangetoegangskengetal.

Transitie-exchangetoegangsvoorvoegsel

Voer hier het transitie-exchangetoegangskengetal in voor de instellingen Transitie-CLIP-indeling = 'Onbekend' met nationaal kengetal en Transitie-CLIP-indeling = ‘Onbekend’ met internationaal kengetal.

Stuur inkomende CLIP voor trunk-trunkverbindingen

Deze instelling wordt van kracht wanneer een oproep wordt uitgevoerd vanaf een geïntegreerde mobiele/externe telefoon of een PISN-gebruiker met een extern doelnummer (beide zijn trunk-to-trunk-situaties).

Het DDI-nummer van de geïntegreerde mobiele/externe telefoon gebruiker of van de PISN-gebruiker wordt aan de gebelde partij gepresenteerd. Als ze geen specifiek DDI-nummer hebben, wordt het hoofdnummer van de communicatieserver weergegeven.

Gebruik CLIP voor het opzoeken van gebruiker DDI(DID)

Activeren voor transitie-oproepen van MiCC om de juiste CLIP te versturen als een uitgaande oproep wordt geplaatst.

Collect calls

De volgende instellingen zijn alleen relevant voor het Braziliaanse verkoopkanaal.

Table 9. Collect call

Parameter

Uitleg

ISDN/CAS

SIP

Analoog

Afhandeling van collect-calls

Hiermee kunt u de response op een collect-callverzoek definiëren.

Wijs alle collect-calls af: Collect-calls worden afgewezen.

Accepteer alle collect-calls: Collect-calls worden op dezelfde manier afgehandeld als normale oproepen. De gebruiker kan handmatig een collect call weigeren door op te hangen.

Afhankelijk van bestemming: De configuratie van de (=cb) machtigingenset van de gebruiker of ( =2t) gebruikersgroep is beslissend.

Standaardwaarden:
  • ISDN/CAS en analoge trunkgroepen: Afhankelijk van bestemming
  • SIP-trunkgroep: Faciliteer alle collect-calls:
Note:

Collect-calls kunnen niet worden onderscheiden van normale oproepen via SIP-netwerkinterfaces. Daarom worden met de instelling Wijs alle collect-calls af zowel collect-calls als normale oproepen geweigerd. Met de instelling, Afhankelijk van bestemming wordt ervan uitgegaan dat elke oproep een collect call is en wordt afgehandeld volgens de instellingen voor de gebruikersgroep (=2t) en voor de gebruiker (=0b).