Onderhoud
Hiermee kunt u een software-update uitvoeren en back-ups van de OIP en TWP configuratiegegevens maken en de gebeurtenissenprotocollen beheren.
Applicatieskaart aan- en uitschakelen
De applicatieskaart heeft een eigen aan-/uitknop, hoewel deze is aangesloten op dezelfde voeding als de communicatieserver.
Het aan- en uitschakelen van de applicatieskaart is vergelijkbaar met het starten van een computer en kan even duren. De aan-/uitknop-LED wordt groen na het opstartproces.
U kunt de communicatieserver en de applicatieskaart afzonderlijk of gelijktijdig via de geïntegreerde gebruikersinterface in- of uitschakelen.
U kunt de applicatieskaart opnieuw opstarten of uitzetten via WebAdmin (Onderhoud / Systeemreset weergave).
Schakel een communicatieserver met een ingebouwde applicatieskaart niet uit door de voeding te onderbreken.
Om de applicatieskaart opnieuw te starten, gebruikt u de rebootfunctie in WebAdmin of de geïntegreerde gebruikersinterface van de communicatieserver.
Een software-update uitvoeren
Met behulp van de Microsoft-updateservice en afhankelijk van uw configuratie in deBeveiliging sweergave, kunt u het besturingssysteem up-to-date houden.
Daarnaast biedt Mitel ook updatepakketten. Ze bevatten de nieuwste versie van het besturingssysteem en de nieuwste versies van de applicaties. Zij kunnen ook verbeteringen van vorige versies bevatten. Hier leert u hoe u uw applicatieskaart kunt updaten met behulp van een updatepakket.
De update kan rechtstreeks vanaf de Mitel-downloadserver worden gedownload, of u kunt een updatepakket voor de systeemsoftware van uw distributiepartner als ZIP-bestand ophalen en het naar de applicatieskaart laden m.b.v. een USB-stick.
De systeemsoftware updaten via de Mitel-downloadserver
Ga als volgt te werk om de software-update via de Mitel-downloadserver uit te voeren en upgrade het besturingssysteem en de vooraf geïnstalleerde Mitel-applicaties:
Maak een back-up van uw configuratiegegevens zoals aangegeven in "Een backupbestand creëren".
Navigeer terug naar deze weergave en klik vervolgens op Update software.
De weergave voor het uploaden van systeemsoftware wordt weergegeven.
Selecteer Mitel-downloadserver als de Updatemethode. Het juiste adres van de downloadserver moet al zijn ingevoerd in het Adres van de downloadserver. Dit kan indien nodig worden gewijzigd.
Alle beschikbare updatepakketten voor uw systeem worden in de Beschikbare updates lijst getoond.
Selecteer de updatepakketten die u wenst en klik op de Download knop.
De download wordt gestart. U kunt de voortgang controleren onder Downloadstatus. Nadat het downloaden is voltooid wordt de naam van het updatepakket toegevoegd aan de Updatepakketten klaar voor installatie lijst.
Selecteer het gewenste updatepakket uit de lijst en controleer de versie onder Details.
Klik op de Installeren knop om de invoer op te slaan.
Tijdens de installatie wordt aan de rechterkant een blauwe voortgangsindicator weergegeven, die informatie toont over wat er op dat moment wordt geïnstalleerd. Zodra de installatie is voltooid, wordt de applicatieskaart opnieuw opgestart en het Onderhoud wordt weer weergegeven. De nieuwe software is nu actief.
Klik één keer op de Installeren knop en wacht tot de installatie is voltooid. Herhaaldelijk klikken op Installeren kan ertoe leiden dat de applicatieskaart crasht.
Systeemsoftware updaten via USB
Ga als volgt te werk om de software-update uit te voeren en de systeemsoftware op de applicatieskaart bij te werken:
Maak een back-up van uw configuratiegegevens volgens de aanwijzingen in "Een backupbestand creëren".
Kopieer het ZIP-bestand met de nieuwe versie van de systeemsoftware naar een USB-stick en sluit de USB-stick aan op een van de USB-aansluitingen op de applicatieskaart.
Het ZIP-bestand mag niet worden hernoemd en mag zich niet in een map bevinden. Plaats het in de root-map van de stick.
Navigeer terug naar deze weergave.
Klik op de Software-update knop.
De weergave voor het uploaden van systeemsoftware wordt weergegeven.
Klik op de knop Bladeren.
De applicatieskaart doorloopt de beschikbare stations en vermeldt alle updatepakketten in een keuzelijst.
Selecteer de updatepakketten die u wenst en klik op de Uitpakken knop.
De applicatieskaart analyseert de gegevens in het updatepakket en geeft informatie over de nieuwe software. Dit kan enige tijd in beslag nemen.
Controleer de softwareversies en installeer het updatepakket door op de Installeren knop te klikken.
Zodra de installatie is voltooid, wordt de applicatieskaart opnieuw opgestart en het Onderhoud wordt weer weergegeven. De nieuwe software is nu actief.
Een backupbestand maken
U kunt een backup van de configuratiegegevens maken in Onderhoud. Klik hiervoor op de Maak backup knop. Er wordt dan een backupbestand gemaakt van de OIP en TWP-configuratiegegevens, opgeslagen in het bestandssysteem van de applicatieskaart en in de weergave getoond. De bestandsnamen bevatten datum- en tijd-gerelateerde informatie.
Met de Terugzettenfunctie kunt u een bepaalde backup terug te zetten. U wordt erop gewezen dat de huidige configuratiegegevens worden overschreven.
Met de Download functie kopieert u een backupbestand naar een gegevensdrager van uw keuze.
Met de Wissen knop kunt u het backupbestand uit het bestandssysteem van de applicatieskaart wissen.
Terugzetten van een backupbestand van een gegevensdrager
Ga als volgt te werk om een backupbestand dat is opgeslagen op een gegevensdrager terug te zetten:
Zoek het backupbestand dat u wilt onder OIP-backupbestand of TWP-backupbestand en zet het terug naar de applicatiekaart door op de Upload backupbestand te klikken.
Het backupbestand wordt teruggezet en verschijnt opnieuw in de lijst met beschikbare backupbestanden (in de TWP-serverlijst of de OIP-serverlijst)
Klik om het backupbestand terug te zetten u op de Terugzetten knop.
U wordt erop gewezen dat de huidige configuratiegegevens worden overschreven.