PISN-Gebruikers
Hier kunt u externe gebruikers en gebruikers van een andere PINX openen en beheren, die u in het interne nummerschema wilt integreren.
PISN-gebruikers zijn gebruikers die tot hetzelfde particuliere netwerk behoren maar verbonden zijn met een andere PINX. PINX bestaat uit verschillende communicatieservers die met elkaar zijn verbonden om een particulier netwerk (PISN) te vormen.
Virtuele PISN-gebruikers zijn externe abonnees die zijn geïntegreerd in het interne nummerschema. Dit kunnen individuele gebruikers zijn of gebruikers van een andere PINX op dezelfde PINS.
|
Parameter |
Opmerkingen |
|
Maximaal aantal transitie-PINXen |
Als dit communicatiesysteem in zijn functie als een PINX een gesprek doorstuurt naar een andere PINX, dan neemt het een transitiefunctie aan en is dan de transitie-PINX voor dit gesprek. U kunt hier het maximale aantal transitie-PINXen voor een gesprek beperken. Als een gesprek het aantal transitie-PINXen dat hier is ingevoerd al heeft overschreden, dan wordt het gesprek geweigerd. |
|
Transitieroute |
Oproepen die door dit communicatiesysteem worden doorgegeven als transitie-PINX en worden via de hier aangegeven route gerouteerd. |
|
Parameter |
Opmerkingen |
|
Telefoonnummer |
PSTN-telefoonnummer (invoer in het interne nummerschema) |
|
Naam |
PISN-naam (om de PISN gebruikersnaam te kiezen) |
|
Route |
De route gebruikt de trunkgroeptoewijzing om te bepalen welke netwerkinterface wordt gebruikt om een uitgaande oproep te routeren. |
|
Extern telefoonnummer |
Het externe telefoonnummer van een virtuele PISN-gebruiker. Laat het veld leeg als het niet alleen om een virtuele PISN-gebruiker gaat. |
|
CLIP-selectie |
Normaal: Het PISN-telefoonnummer wordt gebruikt als CLIP. Als de PISN-gebruiker aan een snelkiesnummer wordt gekoppeld, dan wordt het snelkiesnummer weergegeven. CLIP van de gebruiker: Een CLIP wordt op dezelfde manier gevormd als voor een oproep naar het openbare netwerk. Dit betekent dat een permanent gedefinieerd CLIP-nummer ook in het particuliere netwerk kan worden verstuurd. |
|
Faxapparaat |
Als de PISN-gebruiker gebruik maakt van een faxapparaat, selecteer dan hier het type verbinding. Geen faxapparaat: De aansluiting is geen faxapparaat. Spraakverbinding wordt tot stand gebracht. Faxapparaat (T.38): Faxapparaat zonder spraak- en voicemailsysteem. Voor verbindingen via IP wordt wanneer mogelijk een T.38-verbinding opgezet. Combo-apparaat (spraak/T.38): Faxapparaat met spraak- en/of voicemailsysteem. Eerst wordt een spraakverbinding tot stand gebracht. Bij het verzenden van faxgegevens, kunt u indien mogelijk het beste overschakelen naar een T.38-verbinding in het geval van verbindingen via IP. Fax over VoIP (G.711): Verzenden van faxgegevens als spraakgegevens op het IP-netwerk. Het G.711-protocol wordt altijd gebruikt. |
|
Rechtstreekse CFNR onderdrukken |
|
PISN-gebruikers openen
Om PISN gebruikers te openen, klikt u op de knop Nieuw en kiest één van de volgende varianten:
-
Voer voor het openen van een individuele PISN gebruiker tenminste de PISN-gebruiker's telefoonnummer en naam in.
-
Vink om meerdere PISN-gebruikers te openen het selectievakje Open gebruikersblok aan en voer het eerste en laatste telefoonnummer van het blok in.
-
Gebruik Placeholder 'x' om meerdere PISN-gebruikers onder één PISN-gebruiker te openen. In het volgende gedeelte ontvangt u hierover meer informatie.
U kunt ook PISN-gebruikers creëren in het nummerschema (
=g4).
Een nummerblok openen met placeholder
U wilt onder één PISN-gebruiker een volledig PISN-gebruikersgebied met dezelfde eigenschappen openen, bijvoorbeeld alle interne gebruikers van een andere PINX.
U kunt een onderling verbonden nummerblok openen met een enkele invoer, door de letter 'x' als placeholder te gebruiken. Het totale aantal tekens bepaalt de lengte van het telefoonnummer. Voorbeeld: 36xx omvat Cijferblokken 3600 tot 3699.
U kunt binnen de nummerblokken bepaalde uitzonderingen definiëren door andere nummers met andere eigenschappen te openen. Dit kunnen ook andere nummerblokken zijn met placeholders. In het onderstaande voorbeeld wordt het grote nummerblok 36xx verbroken door twee andere, kleinere nummerblokken en twee individuele nummers. In het voorbeeld is de route gebruikt als representatief voor een typische PISN-gebruikerseigenschap.
|
Invoer in het nummerschema |
Route |
Geldige telefoonnummers |
|
36xx |
10 |
3600-3609 3630-3699 |
|
361x |
11 |
3610. 3613-3619 |
|
362x |
12 |
3620-3629 |
|
3611 3612 |
13 |
3611 3612 |
PISN-gebruikers exporteren/importeren
U kunt PISN-gebruikers ook importeren of exporteren via de import/export-functie. Merk op dat tijdens het importeren de reeds geconfigureerde PISN-gebruikers als eerste stap worden verwijderd. Meer informatie over de import/export-functie is te vinden in de online-help in Overzicht (
=0k).
Zie ook...
PISN-gebruikers exporteren en importeren
PSTN-gebruikers maken deel uit van het Excel-exportbestand en kunnen ook extern worden bewerkt. Raadpleeg voor meer informatie "Configuratiegegevens importeren en exporteren".
Als Omleiden actief is, dan worden de oproepen altijd alleen omgeleid na de vertragingstijd die voor het hele systeem is gedefinieerd (