Gebruikers

Deze weergave wordt gebruikt om nieuwe gebruikers te creëren en een aantal eigenschappen aan hen toe te wijzen.

Algemene gebruikersinstellingen

Table 1. Gebruikersgegevens

Parameter

Uitleg

Telefoonnummer

Unieke, interne telefoonnummer van de gebruiker, dat is gespecificeerd in het interne nummerschema. Dit is de toets en identificatie van een gebruiker.

Naam

Naam van gebruiker

PIN

Aansluiting-PIN Dit geldt voor alle telefoons die zijn toegewezen aan deze gebruiker. Standaardwaarde is ‘0000’.

Windows-gebruikersnaam

Gebruikersnaam van gebruiker's Microsoft Windows-werkstation. De Windows-gebruikersnaam wordt gebruikt door diverse cliëntenapplicaties en door Microsoft Exchange.

Note:

OIP synchroniseert de Windows-gebruikersnaam tussen OIP en communicatieserver. Deze afbeelding toont het synchronisatiepatroon. De volledige cirkel betekent dat een ingang beschikbaar is, de lege cirkel betekent dat de invoer leeg is. De richting van de pijl geeft de richting van de synchronisatie aan.

Indien OIP (en TWP) is/zijn geïmplementeerd via de applicatiekaart, dan wordt de Windows-gebruikersnaam automatisch ingevoerd in de gebruikersconfiguratie van OIP (en TWP) cliëntenapplicaties.

Gebruik pincode in plaats van wachtwoord

Op de BluStar 8000i-telefoon of op een BluStar-cliëntenapplicatie inloggen met Windows-gebruikersnaam en PIN in plaats van met Windows-gebruikersnaam en wachtwoord.

Wachtwoord

Windows-wachtwoord. Wordt gebruikt om in te loggen op BluStar 8000i-telefoon of een BluStar-cliëntenapplicatie samen met de Windows-gebruikersnaam.

Wachtwoordbevestiging

Wachtwoord nogmaals invoeren.

E-mailadres

Het emailadres van de gebruiker. Het wordt in de eerste plaats gebruikt als bestemmingsadres voor de ontvangstmelding van een spraakbericht en ten tweede wordt het automatisch ingevoerd in de configuratie van de OIP en TWP applicaties van deze gebruiker, mits OIP en TWP worden het bediend via de applicatiekaart.

Taal van de gebruiker

Selecteer hier de taal van de gebruiker voor de Self Service Portal en faxserver. De gebruiker kan dit te allen tijde wijzigen via de taleninstelling in de Self Service Portal.

Table 2. Gebruikersinstellingen

Parameter

Uitleg

Licentie / Rol

Als u deze gebruiker wilt installeren voor MiCollab, dan selecteert u in het eerste optiemenu een UCC-licentie en wijst hieraan een MiCollab-functie toe in het tweede optiemenu. Meer informatie over hoe u MiCollab gebruikers installeert vindt u hier "BluStar / MiCollab".

Machtigingenset

De machtigingenset specificeert de rechten van een gebruiker met betrekking tot telefonie-functies.

Route

De route gebruikt de trunkgroeptoewijzing om te bepalen welke netwerkinterface wordt gebruikt om een uitgaande oproep te routeren.

Kostenplaats

Gebruiker’s kostenteller

Eindstations

Hier kunnen meerdere telefoons of aansluitingen worden toegewezen aan een gebruiker. Hiermee kunt u een nieuwe telefoon toevoegen of wijzigingen aanbrengen in reeds toegevoegde telefoons. Gedurende deze tijd schakelt u automatisch over naar de aansluitingenweergave. U kunt aan een gebruiker maximaal 16 telefoons / aansluitingen toewijzen; maximaal 2 van hen kunnen draadloze DECT-telefoons zijn. De volgende telefoons/telefoonapplicaties kunnen maar één keer aan een gebruiker worden toegewezen:

  • Telefonistentelefoon, PC-auto-beantwoording

  • MiVoice 2380 IP IP-softphones

  • Mitel SIP-DECT-draadloze telefoon

Multimedia

Hier kunt u de gebruiker het recht toewijzen om gebruik te maken van verschillende en OIP en TWP CTI-applicaties. Met uitzondering van de PC-telefonistenconsolesinstelling verschijnen de instellingen alleen als u een Mitel 470-communicatieserver met geïntegreerde applicatiekaart configureert. De instellingen worden gebruikt om de geïntegreerde faxservice in te stellen en om de OIP en TWP CTI-servers die op de applicatiekaart zijn geïntegreerd vooraf te configureren met gebruikerspecifieke gegevens. De instellingen zijn niet relevant als u OIP en TWP-servers discreet gebruikt en niet via de applicatiekaart. De configuratie wordt vervolgens handmatig uitgevoerd in elk afzonderlijk serverapplicatie.

Table 3. Blustar

Parameter

Uitleg

BluStar voor PC

Er wordt nu automatisch een BluStar voor PC type aansluiting gecreëerd en toegewezen aan de gebruiker.

iPhone

Er wordt nu automatisch een BluStar voor iPhone type aansluiting gecreëerd en toegewezen aan de gebruiker.

iPad

Er wordt nu automatisch een BluStar voor iPad type aansluiting gecreëerd en toegewezen aan de gebruiker.

Android-telefoon

Er wordt nu automatisch een BluStar Android-telefoon type aansluiting gecreëerd en toegewezen aan de gebruiker.

Android tablet

Er wordt nu automatisch een BluStar Android-tablet type aansluiting gecreëerd en toegewezen aan de gebruiker.

Video-optie

Selecteer deze optie als u gebruik wilt maken van de BluStar-softphonevideofunctionaliteit.

Note:

Om deze instelling op te kunnen slaan,moet u de Windows-gebruikersnaam en PIN of wachtwoord in de gebruikersinstellingen definiëren.

Table 4. Kiezersapplicatie

Parameter

Uitleg

Mitel Kiezer

Hiermee kan de gebruiker de 1e-partij-CTI-applicatie Mitel Dialer als desktop-kieshulp inzetten. Voer de Windows gebruikersnaam en wachtwoord of pincode in. Activeer de CSTA-service ( =wz) voordat de gebruiker de applicatie via SSP installeert. De gebruiker logt in met de Windows-gebruikersnaam en de pincode of gebruikerswachtwoord (afhankelijk van de instellingen Gebruik PIN i.p.v. wachtwoord). Er is een licentie vereist om Mitel Dialer (-q9) te implementeren.

Table 5. Operatorapplicatie

Parameter

Uitleg

Callcenter

De gebruiker kan worden ingesteld als een "Agent", een "Agent Supervisor" of een "Supervisor" van het callcenter. De relevante instellingen in de OIP worden automatisch gemaakt. Voor een "callcenter agent" is een specifieke OIP-licentie vereist.

PC-telefonistenconsoles

Hiermee kunt u de gebruiker een OIP-telefonistenconsole toewijzen. U kunt de toewijzing uitvoeren tijdens het installeren van de OIP-applicatie op de computer. De relevante instellingen in de OIP worden automatisch gemaakt. Er is een specifieke OIP-licentie vereist voor het implementeren van een telefonistenconsole.

Table 6. Geïntegreerde Communicatie en -Collaboratie

Parameter

Uitleg

Microsoft Exchange-mailbox (Emailadres of alias)

Als u een geïntegreerde Microsoft Exchange Server hebt, dan kunt u het emailadres van de gebruiker hier invoeren. U kunt dit ook hier invoeren in OIP WebAdmin.

OIP synchroniseert het postadres met de communicatieserver. Deze afbeelding toont het synchronisatiepatroon. De volledige cirkel betekent dat een ingang beschikbaar is, de lege cirkel betekent dat de invoer leeg is. De richting van de pijl geeft de richting van de synchronisatie aan.

Instellingen in OIP WebAdmin: checkbox-checked00295.png Synchroniseer emailadres met postadres.

U kunt in OIP WebAdmin ook opgeven dat OIP het gebruiker's emailadres synchroniseert met het postadres. Volg hiervoor de instructies in de OIP WebAdmin onlinehelp.

Note:

Als u deze optie activeert, worden de volgende gebruikerspecifieke invoergegevens overschreven: Het Emailadres in de communicatieserver, het Bedrijfs-emailadres in OIP en het postadres in de communicatieserver en in OIP.

Rijke Cliënt CTI-applicatie (Mitel OfficeSuite)

De Mitel OfficeSuite is een gebruiksvriendelijke OIP CTI-cliënt die bij uitstek geschikt is voor een levendige en arbeidsintensieve omgeving

Table 7. Faxmailbox

Parameter

Selecteer hier de taal van de gebruiker

Uitleg

Faxnummer

Selecteer in de keuzelijst een faxnummer voor de gebruiker, mits u de faxservice hebt geïnstalleerd die op de applicatieskaart is geïntegreerd en deze voor deze gebruiker wilt configureren.

Voorblad

Selecteer hier een faxvoorblad voor de faxberichten die worden verzonden door deze gebruiker.

Table 8. PC-telefonistenconsoles

Parameter

Uitleg

Call-center

Het geïntegreerde OIP-callcenter biedt flexibele routeringsalgoritmen, op vaardigheden gebaseerde agentengroepen en noodroutering. Definieer hier de functie van de gebruiker.

PC-telefonistenconsoles

Hiermee kunt u de gebruiker een OIP-telefonistenconsole toewijzen. U kunt de toewijzing uitvoeren tijdens het installeren van de OIP-applicatie op de computer. De relevante instellingen in de OIP worden automatisch gemaakt. Er is een specifieke OIP-licentie vereist voor het implementeren van een telefonistenconsole.

Voicemail

Hiermee kunt u een voicemailbox toewijzen aan elke gebruiker.

Table 9. Voicemailinstellingen

Parameter

Uitleg

Voicemailbox

Er wordt een voicemailbox toegewezen aan de gebruiker.

Er wordt geen voicemailbox toegewezen aan de gebruiker.

Automatische gespreksdoorschakeling naar voicemail

Een inkomend gesprek wordt automatisch doorgeschakeld naar de de voicemailbox van de gebruiker als de gebruiker

  • het gesprek niet beantwoordt,

  • bezet is,
  • de oproep afwijst.

Oproep naar de laatste mailbox in de omleidingenketen doorschakelen

Laatste zin completeert(br59301)

Als de oproepdoorschakelingsketen begint bij deze gebruiker en eindigt op het voicemailsysteem, dan wordt de oproep doorgeschakeld naar de mailbox van de laatste gebruiker in de oproepdoorschakelingsketen.

Als de oproepdoorschakelingsketen begint bij deze gebruiker en eindigt op het voicemailsysteem, dan wordt het gesprek doorgeschakeld naar de postbus van de gebruiker.

Deze instellingen kunnen ook worden gevonden in de Oproepbestemmingen afdeling.

Emailmelding

Nieuw opgenomen spraakberichten genereren een emailbericht naar het emailadres van de gebruiker, mits dit is geconfigureerd onder de gebruikerskop, en ook naar de emailadressen die zijn ingevoerd onder Meldingsbestemmingen (nieuwberichtmelding via email).

Note:

Voor deze functie is de Enterprise Voice Mail-licentie vereist.

Extra meldingsbestemmingen (komma-gescheiden emailadressen)

Emailmeldingen worden standaard naar het emailadres van de gebruiker verzonden. Als de emailmeldingen naar andere bestemmingen moeten worden verzonden, voert u dan hier de emailadressen in. Scheid de afzonderlijke emailadressen met een komma.

Spraakberichten toevoegen

Een geluidsbestand met het ingesproken spraakbericht wordt ook meegestuurd als emailbijlage.

Note:
  • Als de grootte van het audiobestand de opgegeven maximale grootte overschrijdt, dan wordt deze niet meegestuurd. U kunt de maximum grootte instellen onder Configuratie/IP-netwerk/SMTP-server.
  • Audiobestanden worden alleen mee verzonden als de G.711-codec is ingesteld.

Spraakbericht verwijderen na verzending

Verwijdert het spraakbericht van de telefoon en het systeem na de geslaagde emailoverdracht.

hint:

MiVoice Office 400 controleert of de email kan worden verzonden naar de SMTP-server. MiVoice 400 valideert niet of de SMTP-server de email heeft afgeleverd bij de ontvanger. Zorg ervoor dat het emailadres van de ontvanger geldig is en emails kan ontvangen van MiVoice Office 400.

Spraakberichten worden in het systeem bewaard in overeenstemming met de instellingen onder Configuratie > Diensten > Spraakberichten > Algemeen (Bewaarperiodeveld)

U kunt de emailservice instellen onder Configuratie / IP-netwerk.

Gespreksopname

Een gebruiker kan een intern- of extern gesprek opnemen, met de benodigde rechten. De opgenomen data wordt opgeslagen als .wave-bestand (in G.711-indeling) en naar een of meer emailadressen verzonden. Als ze eenmaal zijn verzonden, worden wave-bestanden gewist op de communicatieserver.

Note:

Gespreksopname kan in strijd zijn met de bestaande regels voor gegevensbescherming in uw land of alleen toegestaan zijn onder bepaalde voorwaarden. Breng uw gesprekspartner van tevoren op de hoogte als u de gespreksopnamefunctie wilt gebruiken.

De maximale opnametijd voor elk wave-bestand hangt af van de configuratie van de parameter Maximale grootte emails [Mbyte] met de SMTP-server. De instelling 2 MByte komt ongeveer overeen met 2 minuten opnametijd. De opnametijd neemt toe met ca. 2 minuten voor elke extra MByte. Als de maximale opnametijd is bereikt, stopt het systeem met opnemen en wordt een wave-bestand naar het gedefinieerde emailadres gestuurd. Tegelijkertijd start het systeem automatisch een nieuwe opname en slaat deze op in een tweede wave-bestand, etc. Op deze manier gaat geen gespreksinformatie verloren en de opnames overlappen elkaar met ongeveer 2 seconden.

Er moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan voordat een gebruiker kan beginnen met het opnemen van een gesprek:

  • De SMTP-server is geconfigureerd in de systeemconfiguratie.

  • Er moet een geldig emailverzenderadres worden opgegeven voor de SMTP-server in de systeemconfiguratie.

  • Er is tenminste één emailadres geconfigureerd bij de gebruiker.

  • De gebruiker wordt een machtigingenset toegewezen, waarin de autorisatie voor Gespreksopname is ingesteld op Handmatig. (Indien autorisatie wordt ingesteld op Automatisch, kan gesprek opnemen niet handmatig worden gestart).

  • De Enterprise Voice Mail-licentie is beschikbaar en er is tenminste één audiokanaal beschikbaar voor gesprek opnemen.

  • Interne DECT-DECT-verbindingen kunnen niet worden opgenomen.

  • Als de opname op een IP- of SIP-telefoon wordt gemaakt, dan zijn er soms extra VoIP-kanalen nodig om spraakgegevens te converteren.

Table 10. Emailbestemmingen voor gespreksopname

Parameter

Uitleg

Verstuur gespreksopname naar gebruiker

Elk opgenomen gesprek wordt verzonden als email wav-bijlage naar het gebruiker's emailadres. Als er geen e-mailadres voor de gebruiker wordt geregistreerd, dan wordt de email is niet verzonden.

Verzend gespreksopname naar de volgende ontvangers (komma-gescheiden)

Elk opgenomen gesprek wordt als verzonden naar het emailadres dat hier wordt vermeld. Vermeld de emailadressen, gescheiden door komma's.

Gesprek doorschakelen

Hier ziet u ook rechtstreeks wijzigen van een gebruiker's huidige, geactiveerde oproepdoorschakelingsactiviteiten.

Table 11. Actief

Parameter

Uitleg

Oproepdoorschakelingstype

Oproepdoorschakelingstype

Gespreksdoorschakelingsbestemming

Het telefoonnummer van de gebruiker waarnaar de oproep wordt doorgeschakeld.

Naam

Naam van de gebruiker waarheen het gesprek wordt doorgeschakeld (bestemming gebruiker).

Aanwezigheid en persoonlijke gespreksroutering

Aanwezigheidsprofielen

Met de aanwezigheidsprofielen kan een gebruiker zijn inkomende oproepen individueel beheren, rekening houdende met zijn aanwezigheidsstatus. Wanneer hij bijvoorbeeld zijn werkplek verlaat, kan hij het aanwezigheidsprofiel voor afwezigheid activeren.

Wanneer geactiveerd, kan het aanwezigheidsprofiel een CFU activeren, een van de vooraf gedefinieerde persoonlijke gespreksrouteringen selecteren, of beide.

De aanwezigheidsprofielen bevatten actieopdrachten die worden uitgevoerd bij activering.

Hier kunt u de aanwezigheidsprofielen configureren. Een aanwezigheidsprofiel kan ook rechtstreeks worden geactiveerd.

Table 12. Aanwezigheidsprofielen

Parameter

Uitleg

Actief (optieknop)

Aanwezigheidsprofiel activeren

Beschrijving

Hiermee kunt u een extra tekst invoeren die aan de beller moet worden weergegeven. Voorbeeld: Als u de tekst "Op vakantie tot het einde van de week" toevoegt aan het afwezigheidsprofiel, dan ziet de interne beller het volgende statusbericht op zijn telefoon: "Afwezig - Op vakantie tot het eind van de week". De tekst kan ook door de gebruiker zelf worden ingevoerd en bewerkt.

Actie

Hiermee kunt u de routeringsreactie voor een actief aanwezigheidsprofiel definiëren:

Geen profielspecifieke acties: Een oproep wordt gerouteerd overeenkomstig de gebruikersinstellingen.

Gesprek-doorschakelen: Een oproep wordt doorgestuurd naar aangegeven doorschakelbestemming.

Persoonlijke oproeproutering: Een oproep wordt gesignaleerd overeenkomstig de geselecteerde persoonlijke oproeproutering.

Persoonlijke oproeproutering en oproepdoorschakeling: Een oproep wordt gesignaleerd overeenkomstig de geselecteerde persoonlijke oproeproutering. De oproep wordt doorgestuurd naar aangegeven oproepbestemming.

Int./Ext.

checkbox-checked00320.png U kunt twee bestemmingen configureren:

Int: Deze oproepbestemming wordt gebruikt voor interne inkomende oproepen.

Ext. Dit oproepbestemming wordt gebruikt voor externe inkomende oproepen

Note:
  • Deze configuratie is alleen mogelijk via WebAdmin of Self Service Portal, maar niet via een aansluiting.
  • Er is slechts één oproepdoorschakelingsactiviteit zichtbaar op de aansluiting. Als beide oproepbestemmingen zijn geconfigureerd, dan worden de bestemmingen voor externe oproepen weergegeven op de aansluiting.

Oproependoorschakeling / Bestemmingsnummer

U kunt oproepen doorschakelen naar de voicemail of naar een andere gebruiker. U kunt kiezen tussen onvoorwaardelijke oproepdoorschakeling (CFU) of oproepdoorschakeling bij geen gehoor (CFNR).

Persoonlijke routering van oproepen

Hier kunt u een van de vijf mogelijke persoonlijke oproeprouteringen selecteren. U configureert deze in het volgende configuratie afdeling.

Voicemailbegroeting:

Hier kunt u opgeven welke voicemailbegroeting moet worden geactiveerd:

Geen profielspecifieke acties: De gebruikte begroeting is die momenteel is ingesteld met de gebruiker.

Afwezigheidsinformatie: De beller krijgt voorgedefinieerde, niet-wijzigbare afwezigheidsinformatie. Het bevat ook een datum- en tijdaanduiding, mits de gebruiker deze informatie via zijn systeemtelefoon heeft ingevoerd.

Algemene begroeting: Voor de beller wordt de algemene begroeting afgespeeld.

Persoonlijke begroeting 1...3: De beller verkrijgt een van de persoonlijke begroetingen te horen (deze instelling wordt alleen geboden als persoonlijke begroetingen zijn ingesteld voor deze specifieke gebruiker).

Persoonlijke oproeproutering:

Met persoonlijke oproeproutering kunt u opgeven welke aan de gebruiker toegewezen telefoons moeten overgaan bij inkomende oproepen.

Hier kunt u een van de vijf beschikbaar persoonlijke oproeprouteringen selecteren. U kunt ook kiezen welk profiel nu moet worden geactiveerd:

  • Gebruik de selectievakjes om voor elke persoonlijke gespreksroutering de telefoons te selecteren die moeten overgaan ().

  • In de tekstvelden kunt u een naam opgeven voor de persoonlijke gespreksrouteringen, bijvoorbeeld "Kantoor", "Kantoor aan huis", "Stilte", "Onderweg". De tekst kan ook door de gebruiker zelf worden ingevoerd en bewerkt.

  • De optieknop wordt gebruikt voor het activeren van één de persoonlijke oproeprouteringen. De persoonlijke gespreksroutering kan ook door de gebruiker zelf worden ingevoerd en bewerkt.

Overige instellingen:

Een gebruiker kan de menu-aanwijzingen op zijn systeemtelefoon of functiecodes #/* gebruiken om zichzelf te beschermen tegen andere gebruikers die telefoniefuncties op hem gebruiken. Hiermee kunt u de standaardwaarden instellen.

Table 13. Beschermingen

Parameter

Uitleg

Bescherming tegen gesprek in de wacht zetten

Gesprek in de wacht zetten is niet mogelijk bij deze gebruiker.

Bescherming tegen ongeoorloofde toegang

Inbreuk is niet mogelijk bij deze gebruiker.

Stille inbreukbescherming

Stille inbreuk (inbreuk zonder voorafgaande aankondiging) is niet mogelijk bij deze gebruiker.

Note:

Gespreksinbreukbescherming en Stille inbreukbescherming zijn afzonderlijke functies.

Gespreksdoorschakelbescherming

Er kunnen geen CFU’s voor deze gebruiker worden gemaakt.

Oproependoorschakeling voor een andere gebruiker beveiliging

Oproependoorschakeling naar een andere gebruiker kan niet worden gemaakt.

Aankondigingsbescherming

Er kunnen geen Aankondigingen naar deze gebruiker worden gemaakt.

Table 14. Opladen

Parameter

Uitleg

Journaal

De verbindingsgegevens van uitgaande oproepen invoeren en doorgeven aan een geconfigureerde interface nadat het gesprek is beëindigd

Een telefoon aan de gebruiker toevoegen

  1. Klik op de gebruiker waaraan een telefoon moet worden toegevoegd.

  2. Klik in de Aansluitingen afdeling op de knop Toevoegen.

    De telefoonlijst verschijnt.

  3. Selecteer in de lijst het telefoonnummer dat u wilt toewijzen aan de gebruiker en klik op de knop Selecteren.

    De geselecteerde telefoon wordt toegevoegd.

  4. Configureer de persoonlijke oproeproutering voor deze telefoon.

Een telefoon van de gebruiker verwijderen

  1. Klik op de gebruiker waarvan een telefoon moet worden verwijderd.

  2. Klik in Aansluitingenop het prullenbak pictogram links bij de telefoon om te verwijderen.

  3. Bevestig de beveiligingsprompt in het dialoogvenster met OK.

    De telefoon wordt verwijderd bij deze gebruiker (en kan nu worden toegevoegd aan een andere gebruiker).

De persoonlijke oproeproutering configureren

  1. Geef de vijf beschikbare mogelijkheden voor persoonlijke oproeproutering een indicatieve naam. Klik hiervoor op het naamveld en overschrijf de standaard standaardnamen.

  2. Specificeer voor elke telefoon de persoonlijke oproeproutering waarvoor oproepen moeten worden aangeboden aan de telefoon door op de gewenste selectievakjes te klikken

  3. Klik één voor één in de naamvelden van de vijf beschikbare mogelijkheden voor persoonlijke oproeproutering.

Zie ook...

"Machtigingenset"

"De route bewerken"

"Autorisatieprofielen"

Schema met de creatie van uitgaande identificatiepresentatie van de oproepende lijn (CLIP) - Deel 1 "Schema met de creatie van uitgaande identificatiepresentatie van de oproepende lijn (CLIP) - Deel 1"

Schema met de creatie van uitgaande identificatiepresentatie van de oproepende lijn (CLIP) - Deel 2 "Schema met de creatie van uitgaande identificatiepresentatie van de oproepende lijn (CLIP) - Deel 2"