Inkomende gespreksroutering - grafisch overzicht
Hiermee kunt u de gespreksroutering specificeren met behulp van een grafisch overzicht. U kunt de individuele routeringselementen configureren, en daarbij de routeringsroute specificeren.
Routeringselementen
Het doel van het routeringselement is om inkomende- en uitgaande oproepen naar hun bestemmingen te distribueren. Er kunnen verschillende oproepscenario's worden geconfigureerd dankzij het grote aantal configuratiemogelijkheden. De standaardconfiguratie moet echter zodanig worden gekozen dat slechts een paar instellingen voor een standaardoproepscenario hoeven te worden gewijzigd.
Parameter |
Uitleg |
Netwerkinterfaces |
De netwerkinterfaces bieden toegang tot de communicatieserver. De instellingen voor de netwerkinterfaces worden gebruikt om netwerkspecifieke eigenschappen te specificeren (bijvoorbeeld point-to-point- of point-to-multipoint verbinding, de toewijzing van B-kanaalgroepen aan de primaire-snelheid-interface of de toegangsconfiguratie voor een SIP-provider). |
Trunkgroep |
De trunkgroepconfiguratie bepaalt de verbindingseigenschappen van de netwerkinterfaces die zijn verbonden met de communicatieserver. Een trunkgroep groepeert de netwerkinterfaces van hetzelfde type (trunkgroeptype). In de WebAdmin standaardmodus worden de trunkgroepen automatisch geconfigureerd en worden niet weergegeven. |
Snelkiesschema's |
Snelkiezen wordt gebruikt om interne bestemmingen rechtstreeks vanuit het openbare netwerk te kunnen bereiken. Hiertoe wordt het nummer van de inkomende oproep gekoppeld aan een specifiek oproepdistributie-element op basis van het DDI-element. |
Routes |
Alle uitgaande oproepen worden via een route naar een trunkgroep gerouteerd. Ze omvatten ook gesprekken die zijn gerouteerd via de Laagstekostenrouteringsfunctie en transitgesprekken in een onderling verbonden systeem. |
Oproepdistributie-elementen |
De oproepdistributie-elementen worden gebruikt voor het routeren van een binnenkomende oproep naar een unieke bestemming of een combinatie van bestemmingen (b.v. een gebruikersgroep en een gebruiker op hetzelfde moment). Elk oproepdistributie-element heeft drie statussen (schakelposities) en u kunt voor elk daarvan verschillende bestemmingen definiëren. De huidige schakelstand wordt bepaald door de toegewezen schakelgroep. In de WebAdmin standaardmodus worden de oproepdistributie-elementen automatisch geconfigureerd en worden niet weergegeven. |
Gebruikersgroepen |
In de gebruikersgroep worden oproepen naar een groep gerouteerd door interne bestemmingen. Het type oproepdistributie (mondiaal, lineair, cyclisch) kan worden geconfigureerd. |

Routeringsschema voor inkomende oproepen
De routeringsroute van een inkomende oproep begint bij de netwerkinterface links in het grafische overzicht, passeert de verschillende routeringselementen en eindigt rechts bij de gebruiker.
Standaard oproepenroutering: In de standaardconfiguratie worden alle gesprekken naar gebruikersgroep 16 gerouteerd. De eerste vier gecreëerde gebruikers worden automatisch als gebruikersgroepsleden ingevoerd.
Oproepenroutering zonder DDI: Een gesprek zonder overeenkomende DDI wordt rechtstreeks naar de oproepbestemming gerouteerd via het oproepdistributie-element dat is toegewezen in de trunkgroep.
Routeringsschema voor uitgaande oproepen
De route van een uitgaande oproep begint bij de gebruiker (rechts in het grafische overzicht), passeert de route en wordt via de trunkgroep en het netwerkinterface naar het openbare- of particuliere netwerk gerouteerd.
Zie ook...