Een oproepdistributie-element toevoegen/bewerken

De oproepdistributie-elementen worden gebruikt voor het routeren van een binnenkomende oproep naar een unieke bestemming of een combinatie van bestemmingen (b.v. een gebruikersgroep en een gebruiker op hetzelfde moment). Elk oproepdistributie-element heeft drie statussen (schakelposities) en u kunt voor elk daarvan verschillende bestemmingen definiëren. De huidige schakelstand wordt bepaald door de toegewezen schakelgroep. U kunt hier de oproepdistributie-elementen en de oproepbestemmingen configureren.

Statussen van de oproepdistributie-elementen omschakelen

Aan elk oproepdistributie-element wordt een schakelgroep toegewezen met drie schakelposities. Configureer de oproepbestemmingen onafhankelijk van elkaar voor elke schakelpositie.

Alternatieve oproepdistributie-elementen

U kunt elk oproepdistributie-element met twee andere oproepdistributie-elementen linken (CDE indien geen antwoord en CDE indien bezet). Hiermee kunt u gesprekken omleiden naar alternatieve bestemmingen als de bestemmingen van het oorspronkelijke oproepdistributie-element bezet zijn of als de oproep niet wordt beantwoord.

Oproepdistributie-elementen met apart telefoonnummer

Met digitale netwerkinterfaces wordt een externe oproep naar een oproepdistributie-element gerouteerd via de DDI-configuratie; met analoge netwerkinterfaces, via de trunkgroepconfiguratie.

U kunt ook een oproepdistributie-element gebruiken voor interne routering. Creëer hiertoe telefoonnummers in het interne nummerschema voor de gewenste oproepdistributie-elementen (het is mogelijk, maar niet noodzakelijk, dat een oproepdistributie-element een telefoonnummer heeft).

Note:

Oproepdistributie-elementen kunnen intern via hun telefoonnummer worden gebeld, maar niet via kiezen op naam.

Algemene instellingen

Table 1. Oproepdistributie-element (CDE)

Parameter

Uitleg

Oproepdistributie-element

Identificatienummer van het oproepdistributie-element

CDE-naam

Naam van het oproepdistributie-element

CDE-telefoonnummer

Telefoonnummer van het oproepdistributie-element

Schakelgroep

Toegewezen schakelgroep: Deze schakelgroep is verantwoordelijk voor het omschakelen van de schakelposities.

CDE in gebruik

Dit oproepdistributie-element wordt gebruikt.

Dit oproepdistributie-element wordt niet gebruikt en kan worden gewist. U kunt ongebruikte oproepdistributie-elementen wissen door op het oproepdistributie-element te klikken en rechts te klikken om het contextmenu te openen en de gewenste vermelding Verwijder ongebruikte CDE’s selecteren.

Oproepbestemmingen

Table 2. Oproepbestemming (afhankelijk van de schakelpositie)

Parameter

Uitleg

Routeringsbestemming

Specificaties van de verbonden bestemming. U vindt een overzicht van de bestemmingen in de volgende twee tabellen.

Gebruikersgroep

Hiermee kunt u de gewenste gebruikersgroep selecteren als een van de opgegeven bestemmingen een gebruikersgroep is.

Gebruiker

Hiermee kunt u de gewenste gebruiker selecteren als een van de opgegeven bestemmingen een gebruiker is.

Welkomsbericht (MoH)

Met deze instelling kunt u specificeren hoe het oproepdistributie-element welkomsberichten moet afhandelen als de inkomende oproep aanvankelijk via een ander oproepdistributie-element met een actief welkomsbericht werd gerouteerd.

Geen muziek: Het welkomsbericht dat vanaf het eerste oproepdistributie-element wordt afgespeeld, wordt nog steeds afgespeeld.

<Welkombericht>: Het welkomsbericht dat wordt afgespeeld vanaf het eerste oproepdistributie-element wordt onderbroken en het welkomsbericht dat hier wordt geselecteerd, wordt afgespeeld.

Stop: Het welkomsbericht dat vanaf het eerste oproepdistributie-element wordt afgespeeld wordt onderbroken en het pauzesignaal Terugbeltoon wordt ingevoerd. Als de beller eerder nog niet was verbonden met de meldingsservice (b.v. CDE-overflow indien bezet), dan wordt hij/zij doorverbonden aan de exchange-kant.

Musiek: Het welkomsbericht dat vanaf het eerste oproepdistributie-element wordt afgespeeld wordt onderbroken en het pauzesignaal Externe audiobron wordt ingevoerd. Als de beller eerder nog niet was verbonden met de meldingsservice (b.v. CDE-overflow indien bezet), dan wordt hij/zij doorverbonden aan de exchange-kant.

Wachtrij

De wachtrij met aankondiging (Nummer in Wachtrij) kan als een optie tussen het oproependistributie-element en de bestemming (of combinatie van bestemmingen) worden ingevoegd. Bellers met een bezette oproepbestemming komen in de wachtrij terecht en worden voortdurend geüpdate over hun huidige positie in de wachtrij. De beller kan eveneens alternatieven worden aangeboden voor de afhandeling van zijn/haar oproep.

Note:
  • Een wachtrij kan alleen worden geconfigureerd als de routeringsbestemming een enkele gebruiker, een gebruikersgroep, een druktoetsentoestel, een meervoudige bestemming, een telefonistenconsole of een ACD-wachtrij is.
  • De wachtrij met aankondigingsfunctie wordt alleen geactiveerd als de bestemming echt bezet is. Dus in het geval van de laatste twee bovengenoemde bestemmingen, alleen als de auto-beantwoordings- of ACD-wachtrij vol is.
  • Alle oproepdoorschakelingsacties (CFU, CFNR, standaard oproepdoorschakeling, oproepdoorschakeling indien niet beschikbaar, enz.) geconfigureerd op de oproepbestemming worden niet uitgevoerd.
  • Geïntegreerde mobiele/externe telefoons en PISN-gebruikers worden niet opgeroepen.
  • Interne oproepen worden alleen via de wachtrij gerouteerd als de interne gebruiker wordt gebeld via het telefoonnummer van zijn/haar oproepdistributie-element.

Geen muziek: De oproep wordt rechtstreeks naar de voicemail gerouteerd

<ID: Toewijzing van de wachtrij>: Een oproep met een bezette oproepbestemming komt terecht in de toegewezen wachtrij.

Nieuw...:

Daarbij wordt een nieuwe wachtrij geopend. Het is mogelijk om maximaal 16 wachtrijen definiëren (slechts 8 voor Mitel 415/430).

Beschrijving

Vrij tekstveld voor het specificeren van de wachtrij. Deze naam wordt weergegeven met de ID bij het selecteren van een wachtrij.

Max. aantal vermeldingen

Voer hier de wachtrijlengte in. Dit is gelijk aan het maximum aantal bellers in de wachtrij. Als de wachtrij vol is, horen de bellers die daarna bij een bezette bestemming terechtkomen de bezettoon. Als 0 wordt ingevoerd, dan wordt de bezettoon wordt altijd gehoord bij een bezette oproepbestemming. Dus, het instellen van de parameter op 0 kan worden gebruikt om de aankondiging tijdelijk uit te schakelen.

Note:

Hoewel het maximale aantal vermeldingen 200 is, kunnen alleen posities 1 ... 99 worden aangekondigd.

Automatische beantwoording

Wijs de wachtrij het mailboxprofiel van een bestaande gebruiker toe of maak een nieuw profiel.

Geen muziek: De oproep naar een bezette oproepbestemming komt wel in de wachtrij terecht, maar er wordt niets afgespeeld voor de beller.

Mailbox van gebruiker: <Gebruikersnaam (telefoonnummer)>: De automatische beantwoording voor de mailbox van een gebruiker wordt toegewezen aan de wachtrij.

Note:

Alleen de gebruikers met een mailbox met toegewezen auto-beantwoording worden weergegeven.

Nieuw...: Daarbij wordt een nieuw auto-beantwoordingsprofiel geopend. Een gebruiker, voicemailbox en aankondiging met de actie Positie in wachtrij-informatie kan hier automatisch worden geopend en kan een profiel toegewezen krijgen. Meer informatie kunt u vinden in de onlinehelp voor dit invoervenster.

Aankondiging tijdens overgaan

Als de beller op positie 0 in de wachtrij staat, gaat de geselecteerde bestemming over. De parameter bepaalt wat de beller ontvangt gedurende die tijd.

De beller ontvangt de aankondiging gemaakt door de auto-beantwoording.

De beller ontvangt de terugbeltoon.

Table 3. Unieke bestemmingen (CDE).

Bestemming

Uitleg

Gebruiker

Het gesprek wordt naar een enkele gebruiker gerouteerd (interne gebruiker, een hotelkamer, PISN-gebruiker, en andere)

Gebruikersgroep

Het gesprek wordt naar een gebruikersgroep gerouteerd, waar het wordt gedistribueerd.

KT-lijn (lijn toets)

Lijnkiezer/druktoetstoestel: De oproep wordt naar een KT-lijn gerouteerd en aangeboden aan alle lijntoetsen die aan deze KT-lijn zijn gekoppeld.

Telefoniste(n/s)consoles

Het gesprek wordt naar de telefonistenwachtrij gerouteerd en wordt aangeboden aan alle verbonden telefonistenconsoles en telefonistenapplicaties.

ACD (Automatische Oproepdistributie)

De oproep wordt naar de ACD-wachtrij gerouteerd vanwaar deze kan worden opgehaald door een ACD-server of een ACD-applicatie.

Note:

Voor oproepen naar de ACD-wachtrij moet u de instelling Forceer tonen DDI-nummer selecteren in de CDE-configuratie.

PSTN-overflow.

Bestemming van een break-inconfiguratie in de AIN.

Voicemail

De oproep wordt rechtstreeks naar de voicemail gerouteerd.

Note:

Gebruik deze bestemming alleen in een alternatief oproepdistributie-element van een gebruiker met een voicemailbox. Anders kan de oproep niet worden toegewezen aan een voicemailbox.

Mobiele/externe telefonie-integratie

Deze bestemming is onderdeel van de mobiele/externe telefonie-integratie. Het oproepdistributie-element moet worden verbonden met het centrale inbelnummer voor de mobiele/externe telefonie-integratie.

Modem

Dit is de extern-onderhoudsbestemming voor de analoge inbeltoegang. Het oproepdistributie-element moet worden verbonden met het centrale inbelnummer voor het analoge extern-onderhoud.

Extern beheer (SRM)

Dit is de extern-beheerbestemming voor inbeltoegang van de SRM-server. Het oproepdistributie-element moet worden verbonden met het centrale inbelnummer voor het IP-extern-beheer.

Conferentiebrug

Deze bestemming wordt gebruikt voor de inbelconferentie. In het nummerschema wordt het telefoonnummer 896 vooraf voor dit doel gedefinieerd, verwijzend naar een CDE met deze bestemming. Er kunnen echter meer CDE’s worden geconfigureerd met de routeringsbestemming Conferentiebrug. Het is belangrijk om telefoonnummers te definiëren voor deze oproepdistributie-elementen, waardoor interne conferentiedeelnemers naar de conferentiebrug kunnen inbellen.

Dus externe gebruikers kunnen de conferentiebrug ook bereiken, er moet een inbelnummer worden ingesteld dat naar deze CDE verwijst.

Table 4. Meerdere bestemmingen (CDE).

Bestemming

Uitleg

Gebruiker + UG

De oproep wordt gelijktijdig naar een enkele gebruiker en naar een gebruikersgroep gerouteerd.

Gebruiker + KT

De oproep wordt gelijktijdig naar een enkele gebruiker en naar een KT-lijn gerouteerd.

KT + UG

De oproep wordt gelijktijdig naar een KT-lijn en naar een gebruikersgroep gerouteerd.

Gebruiker + UG bezet

De oproep wordt gelijktijdig naar een enkele gebruiker en naar een gebruikersgroep gerouteerd.

Als een van de bestemmingen bezet is, krijgt de beller de bezettoon en wordt de oproep ook niet aan de tweede bestemming aangeboden.

Gebruiker + KT bezet

De oproep wordt gelijktijdig naar een enkele gebruiker en naar een KT-lijn gerouteerd.

Als een van de bestemmingen bezet is, krijgt de beller de bezettoon en wordt de oproep ook niet aan de tweede bestemming aangeboden.

Instellingen

Table 5. Gesprek doorschakelen

Parameter

Uitleg

CDE indien geen antwoord

CDE-doorschakelingstijd

Een inkomende oproep wordt doorgeschakeld naar dit oproepdistributie-element als deze niet werd beantwoord nadat de CDE-doorschakelingstijd (aangegeven in seconden) is verlopen (alternatief oproepdistributie-element).

CDE indien bezet

Een inkomend gesprek wordt doorgeschakeld naar dit oproepdistributie-element als de gedefinieerde bestemmingen bezet zijn (alternatief oproepdistributie-element).

Table 6. Wachtmuziek / meldingsservice

Parameter

Uitleg

Muziek in de wacht

Definieer hier wat wordt afgespeeld voor de gebruiker in de wachtstand. Deze instelling heeft voorrang boven de systeemomvattende instellingen voor wachtstandmuziek (Diensten / Wachtstandmuziek =9e weergave).

of Muziek in de wacht of een begroeting moet worden afgespeeld in de oproepfase:

Stilte: Geen muziek en geen begroeting.

Externe audiobron: Speelt audio vanuit de externe audiobron af.

Interne audiobron: Speelt het interne audiobestand af dat u hebt geselecteerd in de configuratie van de wachtstandmuziek (Diensten / Wachtstandmuziek weergave).

Wachttoon: Een periodiek terugkerende dubbele toon.

Welkomsbericht: Speelt het welkomsbericht dat door u werd geselecteerd onder Welkomsbericht.

Zoals gedefinieerd in 'Wachtstandmuziek’ gelden de systeemomvattende instellingen voor wachtstandmuziek (Diensten / Wachtstandmuziek weergave =9e)

Welkomsbericht:

Hiermee kunt u een welkombericht selecteren uit de meldingsservice die reeds beschikbare is (Diensten / Meldingsservice).

Table 7. Oproepidentificatiegegevens

Parameter

Uitleg

Forceer tonen DDI-nummer

Het DDI-nummer wordt in ieder geval weergegeven.

Deze instelling is van belang als u de oproepen naar een ACD-server routeert.

Toon doorstuurgegevens in plaats van de CDE-naam

Situatie: Een externe gebruiker A belt een gebruiker B, die in de PSTN of op een externe communicatieserver zit. Gebruiker B heeft intern doorgestuurd naar gebruiker C. Afhankelijk van de instelling, wordt het volgende weergegeven:

<Gebruiker A> doorgestuurd door <gebruiker B>

<Gebruiker A> voor <CDE-naam> van <gebruiker C>

Toon CDE-naam op eerste positie

Het nummer (of de naam, indien beschikbaar) van de beller (gebruiker A) wordt weergegeven op de eerste positie:

<Gebruiker A> voor <CDE-naam>

De CDE-naam wordt weergegeven op de eerste positie:

<CDE-naam> van <gebruiker A>

Table 8. Gespreksregistratie en gespreksbeperking

Parameter

Uitleg

Voer ICL-gegevens in

De verbindingsgegevens voor inkomende oproepen worden geregistreerd.

Max. inkomende oproepen

Hiermee kunt u invoeren hoeveel inkomende oproepen tegelijkertijd kunnen worden gerouteerd via dit oproepdistributie-element als verschillende bestemmingen zijn gedefinieerd. Nadat de ingestelde waarde is overschreden, wordt bezet aan een volgende beller gesignaleerd of wordt de oproep doorgeschakeld naar het alternatieve oproepdistributie-element CDE indien bezet (op voorwaarde dat er een is geconfigureerd).

Table 9. Toetsentelefoon

Parameter

Uitleg

Route

Geen route: Lijntoetsentoewijzing correspondeert met toewijzing via de oproeptoets of hoorn. Voor externe gesprekken moet een exchange-toegangskengetal worden gekozen.

<Routenummer>: Lijntoetsentoewijzing creëert een rechtstreekse link naar de exchange via de hier gedefinieerde route (KT-route), zonder een exchange-kengetal te hoeven kiezen: Geen interne gesprekken mogelijk via deze lijntoets. Uitgaand geblokkeerd in de toetsenconfiguratie moet worden uitgeschakeld.

Kostenplaats

Als de toewijzing rechtstreeks via een KT-route in de exchange plaatsvindt, dan worden oproepen bij deze kostenplaats geregistreerd.

Table 10. Dataservice

Parameter

Uitleg

Dataservicebestemmingstabel

Hiermee kunt u selecteren naar welke dataservicebestemmingstabel de dataserviceverbindingen moeten worden gerouteerd. In een dataservicebestemmingstabel wordt één bestemming gedefinieerd voor elk dataservicetype. U kunt de dataservicebestemmingstabellen configureren in weergave.. Configureren Oproeproutering / Uitgebreid / Dataservice.

Dataservice unieke bestemming

Als Unieke bestemming wordt ingevoerd in de dataservicebestemmingstabel als bestemming voor een dataservicetype, dan wordt de oproep naar de ingevoerde bestemming gerouteerd.

Table 11. Wachtrij

Parameter

Uitleg

Gratis wachtrij

Een beller in de wachtrij wordt gedurende een bepaalde periode niets in rekening gebracht. Dit kan worden opgegeven in de trunkgroepconfiguratie (Gratis timer instelling).

Table 12. PSTN-overflow.

Parameter

Uitleg

PSTN-overflow inschakelen

Deze instelling wordt alleen weergegeven in AIN. Deze is relevant als in een oproepdistributie-element een terminal wordt gedefinieerd als bestemming op een ander knooppunt. Deze kan ook worden geïmplementeerd in de configuratie van PSTN-overflowroutering ( =kx).

Voor verbindingen die via dit oproepdistributie-element naar een aansluiting op een ander knooppunt leiden, kan de PSTN-overflowroutering worden gebruikt.

Voor verbindingen die via dit oproepdistributie-element naar een aansluiting op een ander knooppunt leiden, kan de PSTN-overflowroutering niet worden gebruikt.

Verbonden DDI’s en trunkgroepen

Alle DDI-nummers die met dit oproepdistributie-element zijn verbonden worden hier weergegeven.

Lijntoetsen

Alle lijntoetsen verbonden met de KT lijnen van dit oproepdistributie-element worden hier vermeld.

Table 13. Lijntoetsen

Parameter

Uitleg

Gebruiker

Gebruiker

Profiel-ID

Als Unieke bestemming wordt ingevoerd in de dataservicebestemmingstabel als bestemming voor een dataservicetype, dan wordt de oproep naar de ingevoerde bestemming gerouteerd.

Toetsnummer

Prioriteit

Een oproepdistributie-element met de bestemming KT maakt verschillende KT-lijnen beschikbaar die voorrang hebben op elkaar. Een inkomende oproep wordt eerst gepresenteerd op de KT-lijn met prioriteit 1. Indien deze bezet is, wordt de oproep doorgeschakeld naar de KT-lijn met de dichtstbijzijnde lagere prioriteit, enz.

Uitgaand geblokkeerd

Er kan geen uitgaande oproep worden gemaakt met deze lijntoets.

Met deze lijntoets kan een uitgaande oproep worden gemaakt.

KT-lijn beëindigen

Er kan slechts één lijntoets worden verbonden met deze KT-lijn. Op deze toets is oproepdoorschakeling geïmplementeerd.

Er kunnen meerdere lijntoetsen worden verbonden met deze KT-lijn. Op deze toets is geen oproepdoorschakeling geïmplementeerd.

Note:

Als de parameter Oproepdoorschakeling toestaan bij beëindiging KT-lijnen van de toegewezen gebruiker is ingesteld, dan wordt de doorschakeling in ieder geval uitgevoerd.

Lijn-ID