Dataservices
Hiermee kunt u de routering voor binnenkomende dataserviceverbindingen opgeven.
Dataserviceverbindingen via digitale netwerkinterfaces (BRI /PRA) worden via het oproepdistributie-element naar een dataservicebestemmingstabel gerouteerd. In de dataservicebestemmingstabel worden bestemmingen toegewezen voor elk type dataservice. Als een dataservicetype niet eenduidig kan worden toegewezen, wordt het naar de Onbekend bestemming geleid. U kunt meerdere dataservicebestemmingstabellen configureren:
Dataservicetype |
Mogelijke bestemmingen |
FAX2, FAX3 |
|
FAX4 |
|
Telepac X.25/X.31A |
Aansluitingsadapter op een BRI-S aansluitingsinterface |
Teletex |
Aansluitingsadapter op een BRI-S aansluitingsinterface |
Telex |
Aansluitingsadapter op een BRI-S aansluitingsinterface |
Videotex |
Aansluitingsadapter op een BRI-S aansluitingsinterface |
TA V.110 |
Aansluitingsadapter op een BRI-S aansluitingsinterface |
TA V.120 |
Aansluitingsadapter op een BRI-S aansluitingsinterface |
B-kanaal transparant |
BRI-S aansluitingsinterface extern onderhoud PPP |
Analoog modem |
|
Onbekend |
Elke bestemming |
Data-service individuele bestemming
In plaats van de systeembrede toewijzing via de dataservicebestemmingstabel, kunt u ook de oproepdistributie-elementen gebruiken om verschillende bestemmingen toe te wijzen aan een dataservicetype. Om dit te doen, vink u de Unieke bestemmingskolom aan voor het betreffende dataservicetype en voert de gewenste bestemming in onder Dataservice unieke bestemming in het oproepdistributie-element.