Algemene informatie over Mitel Geavanceerd Intelligent Netwerk (AIN)
Mitel Geavanceerd Intelligent Netwerk (AIN) verbindt diverse MiVoice Office 400-communicatieservers onderling in één volwaardig communicatiesysteem met een volledige reeks functies. De afzonderlijke knooppunten zijn onafhankelijk van elkaar in termen van locatie en worden aangestuurd door een Masterknooppunt. Netwerken gaat via het IP-netwerk.
Met haar consistente overal aanwezige reeks functies en een gedeeld nummerschema presenteert het systeem zich als een enkel homogeen communicatiesysteem, en de individuele knooppunten worden door de gebruikers niet als zodanig ervaren.
De Master stuurt de andere knooppunten (satellieten) aan. De Master wordt gebruikt voor het configureren van de satellieten en om hun software bij te werken. Deze unieke architectuur breidt de toepassingsmogelijkheden van MiVoice Office 400-systemen aanzienlijk uit, bijvoorbeeld:
-
De modulaire expansie van systeemgrenswaarden.
-
De integratie van verschillende sites en filialen zelfs tot buiten de nationale- en taalgrenzen.
-
De uitbreiding van het DECT-dekkingsbereik door tussen knooppunten met overlappend radiogebied te roamen.
IP- en SIP-telefoons
Mitel SIP-telefoons en IP-systeemtelefoons zijn volledig in de AIN geïntegreerd. Zij worden rechtstreeks aangestuurd door de Master, onafhankelijk van de locatie waar ze worden bediend.
Als een knooppunt door een onderbreking in de IP-verbinding van de Master wordt geïsoleerd, dan blijft deze in de offline-bedieningsmodus "Sateliet in offline-modus" werken met zijn eigen lokale configuratie totdat het contact met de Master weer is hersteld.
Middelenbesparende spraakoverdracht
U
kunt kiezen of spraakberichten rechtstreeks worden verzonden tussen
twee eindpunten in de AIN (Directe omschakeling) of via de Master
(Indirecte omschakeling) (Instelling(
RTP-gegevens via communicatieserver
doorgeven). Directe omschakeling (standaardinstelling) heeft
minder middelen nodig, terwijl de indirecte omschakeling de krachtige
methode is voor systemen met veeleisender networkconfiguratie. De
signalering geschiedt voor beide methodes altijd via de Master.
Bandbreedtebeheer
Een ingenieuze bandbreedteregeling voorkomt slechte verbindingskwaliteit tengevolge van onvoldoende bandbreedte op het IP-netwerk.
VPNs versleutelen en het implementeren
Optionele versleuteling van oproep- en signaleringsgegevens biedt bescherming tegen eventueel afluisteren en/of manipulatie van IP-telefoongesprekken. De gebruikte coderingsmethoden garanderen een hoog niveau van gegevensbescherming, authenticiteit, integriteit en bescherming tegen herhalingsaanvallen in het gehele netwerk.
Wanneer u gespreksgegevens versleutelt in de AIN, dan is dit in het LAN versleuteld, maar niet noodzakelijkerwijs in WAN-links. Als een verbinding bijvoorbeeld via verschillende internetproviders naar een extern IP-systeemtelefoon loopt, worden de spraakgegevens op internet niet automatisch versleuteld. Voor het versleutelen van de volledige link u moet ook een VPN (Virtual Private Network) voor WAN-koppelingen installeren.
Een VPN biedt een veilige passage via internet van het ene punt naar het volgende (bijvoorbeeld van de Master naar de IP-systeemtelefoon of naar de satelliet) en is daarom bijzonder geschikt voor WAN-verbindingen via internet. De IP-pakketten die moeten worden verzonden, zijn versleuteld en opnieuw verpakt in IP-pakketten (tunnelen). De meest gebruikte VPN-protocollen zijn IPsec en SSL.
Een eenvoudige VPN verbindt slechts twee terminals of sites met elkaar. De internetprovider's VPN-diensten kunnen worden gebruikt voor het via VPN samen verbinden van meerdere terminals of sites. Als u VPN in de AIN gebruikt raden wij aan dat u waar mogelijk werkt met een enkele internetprovider die VPN-routering ondersteunt en in staat is om alle locaties te dekken. Aan de ene kant bespaart dit bandbreedtemiddelen en aan de andere kant vereenvoudigt het de routeringsconfiguratie.
TCP/IP-poorten en Firewall
Firewalls die worden gebruikt binnen de AIN moeten worden geconfigureerd voor AIN-gebruik. Dit omvat het openen van de relevante poorten en de VPN-configuratie.
Met VPN verbindingen moeten de volgende poorten van een firewall worden geopend:
-
Als een VPN-verbinding bij de firewall zelf eindigt, dan hoeft er geen poort te worden geopend.
-
Als een VPN verbinding achter de firewall eindigt, bijv. rechtstreeks bij de terminal, dan moet poort 3389 in de firewall worden geopend (VPN-passage).
-
Als een VPN verbinding voor de firewall eindigt, bijv. bij een andere firewall, dan moeten de poorten die door de AIN- componenten worden gebruikt worden geopend.
-
Als alle WAN-links in de AIN overal VPN-verbindingen zijn en als ze niet eindigen bij de firewalls zelf, dan moet poort3389 alleen worden geopend in de firewalls van de WAN-links.
-
Als de WAN-koppelingen slechts gedeeltelijk of helemaal niet zijn ontworpen als VPN-verbindingen of als er ook binnen het LAN firewalls worden gebruikt, dan moeten de poorten die door de AIN- componenten worden gebruikt worden geopend. Er wordt door Support een lijst met de gebruikte poorten gepubliceerd en deze wordt voortdurend bijgewerkt. De lijst kan worden geraadpleegd op het internet onder FAQ-item 1049 (registratie vereist).
Beperkte functies in de AIN
Het AIN biedt in wezen dezelfde functies als een enkel systeem. Slechts enkele functies niet beschikbaar zijn of alleen beschikbaar met beperkingen:
|
Parameter |
Opmerkingen |
|
ISDN-gegevensservices |
ISDN-gegevensservices en bijgevolg Groep 4-faxapparaten worden niet ondersteund tussen de knooppunten van een AIN. |
|
Telefoonnummer en naamweergave (CLIP/CNIP) van snelkiesnummers |
Als twee verschillende verkorte telefoonnummers die in twee knooppunten worden gebruikt in verschillende landen toevalligerwijs hetzelfde nummer hebben, dan weet het systeem niet welke naam moet worden weergegeven in het geval van een inkomend gesprek. Oplossing: Voeg het regionale kengetal aan het telefoonnummer toe. |
|
Prioriteitsexchangetoewijzing |
De Prioriteitsexchangetoewijzingsfunctie |
|
Druktoetstelefoons en telefonistenconsoles |
Lijntoetsen van druktoetstelefoons en telefonistenconsoles worden niet in aanmerking genomen wanneer het bandbreedtemodel de benodigde bandbreedte controleert. Het resultaat is dat een oproep op een lijntoets wordt gesignaleerd, zelfs wanneer er onvoldoende bandbreedte beschikbaar is voor de verbindingsopbouw. Wanneer een poging wordt gedaan om de oproep te beantwoorden, wordt de verbinding verbroken. |